BWBR0002503
Geldig vanaf 1966-03-01
Artikel 5
Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen
1. Behoudens het bepaalde in artikel 6of ontheffing door Onze Minister moet de bestuurder van een motorrijtuig, dat geen kenteken als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994behoeft en dat geen gehandicaptenvoertuig is, een document bij zich hebben, waaruit blijkt, dat met betrekking tot het door hem bestuurde motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de wet van kracht is.
2. Het document, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt door de verzekeraar. In dit document moeten ten minste de volgende gegevens zijn vermeld:
a. naam en adres van de verzekeraar(s);
b. naam en adres van de verzekeringnemer;
c. dagtekening en jaar van de ingang en van het einde van de dekking;
d. omschrijving van het motorrijtuig.
3. Indien overeenkomstig artikel 12, derde lid, der wetis bedongen, dat de verzekering eindigt wanneer de verplichting tot verzekering met betrekking tot het motorrijtuig op een ander overgaat, moet dit op het document worden vermeld.
4. Het model van het document, bedoeld in dit artikel, behoeft de goedkeuring van of wordt vastgesteld door Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Justitie en Veiligheid.
5. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan een verzekeraar, mits hem een geldig ten name van de verzekeringnemer gesteld fabrikanten- of handelaarsbewijs W.A.M. (andere niet-kentekenplichtige motorrijtuigen dan gehandicaptenvoertuigen) wordt getoond, in het document in plaats van de omschrijving van het motorrijtuig vermelden: motorrijtuig, deel uitmakende van de fabrieks- of handelsvoorraad van de verzekeringnemer. De verzekeraar tekent de verstrekking van een zodanig document op door Onze Minister te bepalen wijze op het in de eerste volzin bedoelde bewijs aan.
6. Het document, bedoeld in het vijfde lid, is slechts geldig, indien:
a. tevens een geldig ten name van de verzekeringnemer gesteld fabrikanten- of handelaarsbewijs W.A.M. (andere niet-kentekenplichtige motorrijtuigen dan gehandicaptenvoertuigen) bij het motorrijtuig aanwezig is en dit bewijs op de eerste vordering van de personen, belast met de opsporing van de in de wet strafbaar gestelde feiten, behoorlijk ter inzage wordt afgegeven;
b. het motorrijtuig deel uitmaakt van de fabrieks- of handelsvoorraad van de verzekeringnemer;
c. het motorrijtuig wordt gebruikt hetzij door de verzekeringnemer, hetzij door een door hem aangewezen persoon; en
d. het motorrijtuig wordt gebruikt hetzij voor het verrichten van een proefrit ter controle van de goede werking of ten behoeve van de verkoop van het motorrijtuig, hetzij in verband met een zodanige proefrit, met de in- of uitvoer of met de aflevering van het motorrijtuig.
7. De bestuurder van een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994heeft tevens een geldig bewijs van verzekering bij zich, welke op de in het achtste lid voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd en welke behoort bij de verzekering, bedoeld in het eerste lid.
8. Het bewijs van verzekering wordt bevestigd op de achterzijde van de bromfiets, op zodanige wijze dat de letters zich boven de cijfers bevinden en de letters en cijfers goed zichtbaar zijn. Artikel 3, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
9. Het bewijs van verzekering wordt verstrekt door de verzekeraar.
2. Het document, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt door de verzekeraar. In dit document moeten ten minste de volgende gegevens zijn vermeld:
a. naam en adres van de verzekeraar(s);
b. naam en adres van de verzekeringnemer;
c. dagtekening en jaar van de ingang en van het einde van de dekking;
d. omschrijving van het motorrijtuig.
3. Indien overeenkomstig artikel 12, derde lid, der wetis bedongen, dat de verzekering eindigt wanneer de verplichting tot verzekering met betrekking tot het motorrijtuig op een ander overgaat, moet dit op het document worden vermeld.
4. Het model van het document, bedoeld in dit artikel, behoeft de goedkeuring van of wordt vastgesteld door Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Justitie en Veiligheid.
5. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan een verzekeraar, mits hem een geldig ten name van de verzekeringnemer gesteld fabrikanten- of handelaarsbewijs W.A.M. (andere niet-kentekenplichtige motorrijtuigen dan gehandicaptenvoertuigen) wordt getoond, in het document in plaats van de omschrijving van het motorrijtuig vermelden: motorrijtuig, deel uitmakende van de fabrieks- of handelsvoorraad van de verzekeringnemer. De verzekeraar tekent de verstrekking van een zodanig document op door Onze Minister te bepalen wijze op het in de eerste volzin bedoelde bewijs aan.
6. Het document, bedoeld in het vijfde lid, is slechts geldig, indien:
a. tevens een geldig ten name van de verzekeringnemer gesteld fabrikanten- of handelaarsbewijs W.A.M. (andere niet-kentekenplichtige motorrijtuigen dan gehandicaptenvoertuigen) bij het motorrijtuig aanwezig is en dit bewijs op de eerste vordering van de personen, belast met de opsporing van de in de wet strafbaar gestelde feiten, behoorlijk ter inzage wordt afgegeven;
b. het motorrijtuig deel uitmaakt van de fabrieks- of handelsvoorraad van de verzekeringnemer;
c. het motorrijtuig wordt gebruikt hetzij door de verzekeringnemer, hetzij door een door hem aangewezen persoon; en
d. het motorrijtuig wordt gebruikt hetzij voor het verrichten van een proefrit ter controle van de goede werking of ten behoeve van de verkoop van het motorrijtuig, hetzij in verband met een zodanige proefrit, met de in- of uitvoer of met de aflevering van het motorrijtuig.
7. De bestuurder van een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994heeft tevens een geldig bewijs van verzekering bij zich, welke op de in het achtste lid voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd en welke behoort bij de verzekering, bedoeld in het eerste lid.
8. Het bewijs van verzekering wordt bevestigd op de achterzijde van de bromfiets, op zodanige wijze dat de letters zich boven de cijfers bevinden en de letters en cijfers goed zichtbaar zijn. Artikel 3, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
9. Het bewijs van verzekering wordt verstrekt door de verzekeraar.