BWBR0002312
Geldig vanaf 1959-10-01
Artikel 4
Wet interimregeling beperking samenloop uitkeringen AWW en uitkeringen Ongevallenwetten
1. In de gevallen, waarin artikel 30, eerste lid, der Algemene Weduwen- en Wezenwet toepassing vindt, wordt voor de toepassing van deze paragraaf onder het weduwenpensioen of de tijdelijke weduwenuitkering, bedoeld in artikel 1, verstaan het na toepassing van artikel 30, eerste lid, der Algemene Weduwen- en Wezenwet van dat pensioen of die uitkering uitbetaalde bedrag.
2. Indien het in artikel 1, eerste lid, bedoelde wezenpensioen samenloopt met een aldaar bedoelde rente of uitkering, toegekend met ingang van een datum, gelegen vóór het in werking treden van deze wet en ten aanzien van de wees geen aanspraak op kinderbijslag bestaat ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet, de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden, of de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 10van laatstgenoemde wet, vindt de in artikel 1, eerste lid, voorziene korting plaats, nadat op het wezenpensioen in mindering is gebracht het bedrag aan kinderbijslag, dat vóór het in werking treden van deze wet voor de wees ingevolge de Kinderbijslagwet voor invaliditeits-, ouderdoms- en wezenrentetrekkers werd genoten.
2. Indien het in artikel 1, eerste lid, bedoelde wezenpensioen samenloopt met een aldaar bedoelde rente of uitkering, toegekend met ingang van een datum, gelegen vóór het in werking treden van deze wet en ten aanzien van de wees geen aanspraak op kinderbijslag bestaat ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet, de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden, of de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 10van laatstgenoemde wet, vindt de in artikel 1, eerste lid, voorziene korting plaats, nadat op het wezenpensioen in mindering is gebracht het bedrag aan kinderbijslag, dat vóór het in werking treden van deze wet voor de wees ingevolge de Kinderbijslagwet voor invaliditeits-, ouderdoms- en wezenrentetrekkers werd genoten.