BWBR0002312
Geldig vanaf 1959-10-01
Artikel 7
Wet interimregeling beperking samenloop uitkeringen AWW en uitkeringen Ongevallenwetten
1. De met toepassing van het bepaalde in deze paragraaf over tijdvakken, gelegen vóór de dag, waarop artikel 19 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringin werking is getreden, niet uitbetaalde bedragen der renten of uitkeringen, voor zover de datum van ingang ligt nà 30 september 1959, komen ten goede aan de risicodragers, te wier laste deze renten of uitkeringen komen.
2. Met risicodrager wordt bedoeld:
a. wanneer het een rente ingevolge de Ongevallenwet 1921 betreft, het Ongevallenfonds, onderscheidenlijk de in artikel 54 der Ongevallenwet 1921 bedoelde werkgever, die is toegelaten om zelf het risico van de wettelijke ongevallenverzekering te dragen, dan wel de aldaar bedoelde naamloze vennootschap of vereniging, waaraan het risico van de wettelijke ongevallenverzekering is overgedragen, al naar gelang de rente ten laste komt van het genoemde fonds, onderscheidenlijk de bedoelde werkgever, vennootschap of vereniging;
b. wanneer het een rente ingevolge de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 betreft, het Landbouwongevallenfonds, onderscheidenlijk de bedrijfsvereniging in de zin van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, al naar gelang de rente ten laste komt van het genoemde fonds of de bedoelde bedrijfsvereniging;
c. wanneer het een uitkering ingevolge de Zeeongevallenwet 1919 betreft, de persoon of personen, dan wel de verzekeraar of andere derde, onderscheidenlijk de Staat der Nederlanden, als bedoeld in artikel 6 van de Zeeongevallenwet 1919, al naar gelang de uitkering ten laste komt van de bedoelde persoon of personen, verzekeraar of andere derde dan wel de Staat der Nederlanden.
3. De met toepassing van het bepaalde in deze paragraaf over tijdvakken, gelegen vóór de dag, waarop artikel 19 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringin werking is getreden, niet uitbetaalde bedragen der renten en uitkeringen, voor zover de datum van ingang ligt vóór 1 oktober 1959, alsmede de in artikel 4, tweede lid, van de Beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 2 september 1959, nr. 3600, bedoelde interest, worden overgedragen aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds als bedoeld in hoofdstuk III, § 2, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
4. Met betrekking tot de in het vorige lid bedoelde overdracht stelt Onze Minister nadere regelen.
2. Met risicodrager wordt bedoeld:
a. wanneer het een rente ingevolge de Ongevallenwet 1921 betreft, het Ongevallenfonds, onderscheidenlijk de in artikel 54 der Ongevallenwet 1921 bedoelde werkgever, die is toegelaten om zelf het risico van de wettelijke ongevallenverzekering te dragen, dan wel de aldaar bedoelde naamloze vennootschap of vereniging, waaraan het risico van de wettelijke ongevallenverzekering is overgedragen, al naar gelang de rente ten laste komt van het genoemde fonds, onderscheidenlijk de bedoelde werkgever, vennootschap of vereniging;
b. wanneer het een rente ingevolge de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 betreft, het Landbouwongevallenfonds, onderscheidenlijk de bedrijfsvereniging in de zin van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, al naar gelang de rente ten laste komt van het genoemde fonds of de bedoelde bedrijfsvereniging;
c. wanneer het een uitkering ingevolge de Zeeongevallenwet 1919 betreft, de persoon of personen, dan wel de verzekeraar of andere derde, onderscheidenlijk de Staat der Nederlanden, als bedoeld in artikel 6 van de Zeeongevallenwet 1919, al naar gelang de uitkering ten laste komt van de bedoelde persoon of personen, verzekeraar of andere derde dan wel de Staat der Nederlanden.
3. De met toepassing van het bepaalde in deze paragraaf over tijdvakken, gelegen vóór de dag, waarop artikel 19 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringin werking is getreden, niet uitbetaalde bedragen der renten en uitkeringen, voor zover de datum van ingang ligt vóór 1 oktober 1959, alsmede de in artikel 4, tweede lid, van de Beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 2 september 1959, nr. 3600, bedoelde interest, worden overgedragen aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds als bedoeld in hoofdstuk III, § 2, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
4. Met betrekking tot de in het vorige lid bedoelde overdracht stelt Onze Minister nadere regelen.