BWBR0002246
Geldig vanaf 2004-09-09
Artikel 53
Waterleidingwet
1. Het plan voor de middellange termijn omvat voor het gehele grondgebied van Nederland, op de grondslag van een overzicht van de bestaande watervoorzieningswerken en voor een periode van tenminste tien jaar, de voornemens met betrekking tot het wijzigen of uitbreiden van die werken, het tot stand brengen van zodanige werken alsmede het gebruik van de werken.
2. Het plan dient zodanig te zijn uitgewerkt dat toetsing aan de in artikel 54, tweede lid, bedoelde gronden mogelijk is; het dient aan te geven hoe in de te verwachten waterbehoefte door de verwezenlijking van de aangegeven voornemens wordt voorzien.
3. Bij de voorbereiding van het plan pleegt de in artikel 52, eerste lid, bedoelde organisatie overleg met:
a. de eigenaren van de belanghebbende waterleidingbedrijven;
b. de door gedeputeerde staten aangewezen personen of instellingen;
c. de door Onze Minister aangewezen personen of instellingen.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de inhoud van en het overleg over het plan nadere regels worden gesteld.
2. Het plan dient zodanig te zijn uitgewerkt dat toetsing aan de in artikel 54, tweede lid, bedoelde gronden mogelijk is; het dient aan te geven hoe in de te verwachten waterbehoefte door de verwezenlijking van de aangegeven voornemens wordt voorzien.
3. Bij de voorbereiding van het plan pleegt de in artikel 52, eerste lid, bedoelde organisatie overleg met:
a. de eigenaren van de belanghebbende waterleidingbedrijven;
b. de door gedeputeerde staten aangewezen personen of instellingen;
c. de door Onze Minister aangewezen personen of instellingen.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de inhoud van en het overleg over het plan nadere regels worden gesteld.