BWBR0002246
Geldig vanaf 2004-09-09
Artikel 2e
Waterleidingwet
1. De voorzitter en de andere leden van de commissie worden door Onze Minister benoemd. Onze Minister hoort de commissie alvorens hij de voorzitter benoemt.
2. Voor elk lid van de commissie kan door Onze Minister een plaatsvervanger worden benoemd.
3. De voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers worden voor de tijd van vier jaren benoemd. Zij zijn terstond weer benoembaar.
4. De voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde hun functie neerleggen door een schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister.
5. In bijzondere gevallen kunnen de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers door Onze Minister in hun functie worden geschorst en uit hun functie worden ontslagen.
2. Voor elk lid van de commissie kan door Onze Minister een plaatsvervanger worden benoemd.
3. De voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers worden voor de tijd van vier jaren benoemd. Zij zijn terstond weer benoembaar.
4. De voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde hun functie neerleggen door een schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister.
5. In bijzondere gevallen kunnen de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers door Onze Minister in hun functie worden geschorst en uit hun functie worden ontslagen.