BWBR0002246
Geldig vanaf 2004-09-09
Artikel 2d
Waterleidingwet
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste veertien andere leden.
2. De voorzitter en de andere leden van de commissie worden benoemd op grond van hun deskundigheid op het gebied van de openbare watervoorziening.
3. In de commissie hebben naast de voorzitter in ieder geval zitting:
a. drie leden, benoemd uit de kring van de provincies;
b. drie leden, benoemd uit de kring van de gemeenten;
c. vier leden, benoemd op de aanbeveling van de in artikel 52, eerste lid, bedoelde organisatie.
2. De voorzitter en de andere leden van de commissie worden benoemd op grond van hun deskundigheid op het gebied van de openbare watervoorziening.
3. In de commissie hebben naast de voorzitter in ieder geval zitting:
a. drie leden, benoemd uit de kring van de provincies;
b. drie leden, benoemd uit de kring van de gemeenten;
c. vier leden, benoemd op de aanbeveling van de in artikel 52, eerste lid, bedoelde organisatie.