BWBR0002195
Geldig vanaf 1959-01-01
Artikel 9
Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag
1. De termijn, bedoeld in de artikelen 7en 7a, wordt verlengd met de bij de uitspraak bepaalde duur van de opgelegde vrijheidsstraf met uitzondering van de straf of het gedeelte daarvan ten aanzien waarvan de rechter heeft bepaald dat het niet zal worden tenuitvoergelegd en een last tot herroeping niet is gegeven.
2. De termijn wordt mede verlengd met de duur van de verlenging van de proeftijd van een voorwaardelijke veroordeling en van de termijn van terbeschikkingstelling.
3. De termijn loopt niet in de tijd gedurende welke ingevolge <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/38f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 38f van het Wetboek van Strafrecht</a>de termijn van terbeschikkingstelling niet loopt.
4. Indien bij de in artikel 4, lid 3, bedoelde veroordeling de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, wordt het strafblad niet eerder verwijderd dan op de dag waarop de plaatsing onvoorwaardelijk is beëindigd.
2. De termijn wordt mede verlengd met de duur van de verlenging van de proeftijd van een voorwaardelijke veroordeling en van de termijn van terbeschikkingstelling.
3. De termijn loopt niet in de tijd gedurende welke ingevolge <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/38f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 38f van het Wetboek van Strafrecht</a>de termijn van terbeschikkingstelling niet loopt.
4. Indien bij de in artikel 4, lid 3, bedoelde veroordeling de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, wordt het strafblad niet eerder verwijderd dan op de dag waarop de plaatsing onvoorwaardelijk is beëindigd.