1. De strafregisters bestaan uit:
a. strafbladen van de tegen natuurlijke personen gewezen onherroepelijke veroordelingen, waarbij, al dan niet tezamen met maatregelen, een of meer straffen zijn opgelegd, door Nederlandse rechters gewezen: 1°. wegens misdrijven;
2°. wegens overtredingen, indien daarbij vrijheidsstraf – anders dan vervangende – is opgelegd.
1°. wegens misdrijven;
2°. wegens overtredingen, indien daarbij vrijheidsstraf – anders dan vervangende – is opgelegd.
b. uittreksels van onherroepelijk geworden veroordelingen door andere dan Nederlandse rechters gewezen, voorzover Onze Minister van Justitie daartoe een voorschrift heeft gegeven. Deze uittreksels worden, voor de toepassing van deze wet, met strafbladen gelijkgesteld.
2. Met een veroordeling wordt gelijkgesteld een rechterlijke beslissing waarbij een maatregel is opgelegd als bedoeld in de
artikelen 37aof
77h, vierde lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht.
3. Indien een veroordeling is gewezen waarbij de rechter recht heeft gedaan overeenkomstig de
artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht, wordt een strafblad slechts opgemaakt, indien de veroordeelde ten tijde van het begaan van het strafbare feit de leeftijd van zestien jaren had bereikt, de veroordeling is gewezen wegens misdrijf en daarbij, al dan niet te zamen met andere straffen of maatregelen, zijn opgelegd:
1°. jeugddetentie;
2°. geldboete van meer dan € 113;
3°. een alternatieve sanctie met een duur van meer dan veertig uren of
4°. plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
4. Het derde lid is niet van toepassing, indien de rechter met toepassing van
artikel 77x, eerste lid, van het Wetboek van Strafrechtheeft bepaald, dat de straf of maatregel geheel niet zal worden ten uitvoer gelegd en een last tot herroeping niet is gegeven.
5. De strafregisters bestaan tevens uit de strafbladen van de omtrent natuurlijke personen gewezen onherroepelijke uitspraken of beslissingen krachtens welke tegen deze personen veroordelingen door andere dan Nederlandse rechters gewezen in Nederland kunnen worden ten uitvoer gelegd, voor zover die veroordelingen zijn gewezen wegens feiten, die naar Nederlands recht misdrijven opleveren of ingevolge die uitspraken of beslissingen in Nederland vrijheidsstraf - anders dan vervangende - moet worden ondergaan.
Betreft het een minderjarige, dan geldt het voorgaande eveneens wanneer ingevolge de bedoelde uitspraak of beslissing de in het derde lid genoemde straffen of maatregelen moeten worden ondergaan.