BWBR0002195
Geldig vanaf 1959-01-01
Artikel 5
Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag
1. Het strafblad vermeldt:
1°. de personalia van de veroordeelde;
2°. de rechter, bij wiens onherroepelijk geworden uitspraak de straffen of maatregelen zijn bepaald;
3°. de dagtekening van de uitspraak;
4°. de kwalificatie van het feit, waarvoor de veroordeling is uitgesproken met aanhaling van de daarbij betrokken strafbepalingen; Onze Minister van Justitie kan bepalen dat in de daartoe aangewezen gevallen wordt volstaan met een korte aanduiding;
5°. de opgelegde straffen of maatregelen;
6°. de datum waarop de uitspraak onherroepelijk is geworden;
7°. indien gehele of gedeeltelijke gratie wordt verleend van de opgelegde straf of maatregel, het daartoe strekkende koninklijke besluit.
2. Het strafblad vermeld tevens:
1°. de bij een uitspraak of beslissing, krachtens welke een veroordeling door een andere dan een Nederlandse rechter gewezen in Nederland kan worden ten uitvoer gelegd, opgelegde of uitvoerbaar geworden straf of maatregel;
2°. de in een vreemde Staat genomen beslissing als gevolg waarvan het recht tot tenuitvoerlegging in Nederland van een door de rechter van die Staat gewezen veroordeling geheel of gedeeltelijk is komen te vervallen.
3. Op de wijze door Onze Minister van Justitie te bepalen wordt in de strafregisters aantekening gehouden van:
1°. een last tot gehele of gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke veroordeling;
2°. een last tot verlenging van de proeftijd van een voorwaardelijke veroordeling;
3°. een last tot uitstel of het niet doen plaats vinden van vervroegde invrijheidstelling;
4°. een beslissing tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling.
1°. de personalia van de veroordeelde;
2°. de rechter, bij wiens onherroepelijk geworden uitspraak de straffen of maatregelen zijn bepaald;
3°. de dagtekening van de uitspraak;
4°. de kwalificatie van het feit, waarvoor de veroordeling is uitgesproken met aanhaling van de daarbij betrokken strafbepalingen; Onze Minister van Justitie kan bepalen dat in de daartoe aangewezen gevallen wordt volstaan met een korte aanduiding;
5°. de opgelegde straffen of maatregelen;
6°. de datum waarop de uitspraak onherroepelijk is geworden;
7°. indien gehele of gedeeltelijke gratie wordt verleend van de opgelegde straf of maatregel, het daartoe strekkende koninklijke besluit.
2. Het strafblad vermeld tevens:
1°. de bij een uitspraak of beslissing, krachtens welke een veroordeling door een andere dan een Nederlandse rechter gewezen in Nederland kan worden ten uitvoer gelegd, opgelegde of uitvoerbaar geworden straf of maatregel;
2°. de in een vreemde Staat genomen beslissing als gevolg waarvan het recht tot tenuitvoerlegging in Nederland van een door de rechter van die Staat gewezen veroordeling geheel of gedeeltelijk is komen te vervallen.
3. Op de wijze door Onze Minister van Justitie te bepalen wordt in de strafregisters aantekening gehouden van:
1°. een last tot gehele of gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke veroordeling;
2°. een last tot verlenging van de proeftijd van een voorwaardelijke veroordeling;
3°. een last tot uitstel of het niet doen plaats vinden van vervroegde invrijheidstelling;
4°. een beslissing tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling.