BWBR0002195
Geldig vanaf 1959-01-01
Artikel 11
Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag
1. De justitiële documentatiedienst verstrekt, op de wijze door Onze Minister van Justitie te bepalen, inlichtingen aan:
1°. Nederlandse rechterlijke ambtenaren;
2°. andere dan Nederlandse rechterlijke ambtenaren, voorzover Onze Minister van Justitie dat voorschrijft;
3°. Onze Minister van Justitie.
2. Aan personen of lichamen, welke ingevolge artikel 37 van de Wet op de economische delictende bevoegdheid tot transactie is verleend, worden ten behoeve van de uitoefening dier bevoegdheid gegevens verstrekt aangaande economische delicten.
3. Aan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, worden ten behoeve van de uitoefening van zijn wettelijk omschreven taak justitiële gegevens ter beschikking gesteld.
1°. Nederlandse rechterlijke ambtenaren;
2°. andere dan Nederlandse rechterlijke ambtenaren, voorzover Onze Minister van Justitie dat voorschrijft;
3°. Onze Minister van Justitie.
2. Aan personen of lichamen, welke ingevolge artikel 37 van de Wet op de economische delictende bevoegdheid tot transactie is verleend, worden ten behoeve van de uitoefening dier bevoegdheid gegevens verstrekt aangaande economische delicten.
3. Aan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, worden ten behoeve van de uitoefening van zijn wettelijk omschreven taak justitiële gegevens ter beschikking gesteld.