BWBR0002195
Geldig vanaf 1959-01-01
Artikel 29
Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag
1. De burgemeester beslist binnen vier weken, nadat het verzoek is gedaan, of, indien Onze commissaris op grond van artikel 25heeft beslist, dat het verzoek alsnog in verdere behandeling wordt genomen, binnen vier weken, te rekenen van de dagtekening van de verzending van diens beslissing, of de verklaring kan worden afgegeven.
2. Indien de burgemeester, gelet op het ingestelde onderzoek, van oordeel is, dat de verklaring niet behoort te worden gegeven, deelt hij binnen de in het voorgaande lid bedoelde termijn, bij aangetekende brief, zijn met redenen omklede beslissing tot weigering mede aan de betrokkene, waarbij deze tevens wordt gewezen op het bepaalde in artikel 30. Onder de redenen worden de feiten en gedragingen opgenomen, waarop de beslissing steunt. In het bijzondere geval, bedoeld in artikel 27, derde lid, wordt in de beslissing vermeld, dat die bepaling toepassing heeft gevonden.
3. De burgemeester kan de afgifte slechts weigeren, indien uit het onderzoek is gebleken, dat de betrokkene zich heeft schuldig gemaakt aan een misdrijf of een overtreding, welke in het strafregister is vermeld, dan wel dat hij zich anderszins heeft misdragen.
4. Indien een commissie van advies is gehoord, wordt tevens medegedeeld of de beslissing tot weigering van de afgifte al dan niet genomen is in overeenstemming met haar oordeel.
5. De in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen kunnen, indien de burgemeester een commissie van advies hoort, ten hoogste twee keer met vier weken worden verlengd. Van de verlenging wordt mededeling gedaan aan de betrokkene.
2. Indien de burgemeester, gelet op het ingestelde onderzoek, van oordeel is, dat de verklaring niet behoort te worden gegeven, deelt hij binnen de in het voorgaande lid bedoelde termijn, bij aangetekende brief, zijn met redenen omklede beslissing tot weigering mede aan de betrokkene, waarbij deze tevens wordt gewezen op het bepaalde in artikel 30. Onder de redenen worden de feiten en gedragingen opgenomen, waarop de beslissing steunt. In het bijzondere geval, bedoeld in artikel 27, derde lid, wordt in de beslissing vermeld, dat die bepaling toepassing heeft gevonden.
3. De burgemeester kan de afgifte slechts weigeren, indien uit het onderzoek is gebleken, dat de betrokkene zich heeft schuldig gemaakt aan een misdrijf of een overtreding, welke in het strafregister is vermeld, dan wel dat hij zich anderszins heeft misdragen.
4. Indien een commissie van advies is gehoord, wordt tevens medegedeeld of de beslissing tot weigering van de afgifte al dan niet genomen is in overeenstemming met haar oordeel.
5. De in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen kunnen, indien de burgemeester een commissie van advies hoort, ten hoogste twee keer met vier weken worden verlengd. Van de verlenging wordt mededeling gedaan aan de betrokkene.