BWBR0002025
Geldig vanaf 31-12-1964
Artikel 8
Groevenreglement 1947
1. De vergunning is van kracht voor den vergunninghouder en zijn rechtverkrijgenden, behoudens het bepaalde in het derde en vierde lid.
2. Bij overgang of overdracht van de vergunning is de nieuwe vergunninghouder verplicht daarvan onverwijld kennis te geven aan Onze Minister van Economische Zaken, die de vergunning ten name van den nieuwen vergunninghouder stelt.
3. Evenwel kan een vergunning, welke was verleend aan den eigenaar van den grond, waaronder de groeve zich uitstrekt of zal uitstrekken, niet overgaan op of worden overgedragen aan een nieuwen vergunninghouder dan met den eigendom van dien grond, tenzij de eigenaar van den grond hem voor den tijd van tenminste vijftien jaren of voor den duur der vergunning, indien deze korter is, toestemming verleent voor de ontginning of het gebruik van de groeve.
4. Ontginning of ander gebruik van de groeve bij wijze van verpachting is slechts geoorloofd met toestemming van Onze Minister van Economische Zaken.
2. Bij overgang of overdracht van de vergunning is de nieuwe vergunninghouder verplicht daarvan onverwijld kennis te geven aan Onze Minister van Economische Zaken, die de vergunning ten name van den nieuwen vergunninghouder stelt.
3. Evenwel kan een vergunning, welke was verleend aan den eigenaar van den grond, waaronder de groeve zich uitstrekt of zal uitstrekken, niet overgaan op of worden overgedragen aan een nieuwen vergunninghouder dan met den eigendom van dien grond, tenzij de eigenaar van den grond hem voor den tijd van tenminste vijftien jaren of voor den duur der vergunning, indien deze korter is, toestemming verleent voor de ontginning of het gebruik van de groeve.
4. Ontginning of ander gebruik van de groeve bij wijze van verpachting is slechts geoorloofd met toestemming van Onze Minister van Economische Zaken.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002025
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl