BWBR0002025
Geldig vanaf 31-12-1964
Artikel 17
Groevenreglement 1947
1. Van alle ongevallen moet op geregelde, door Onze Minister van Economische Zaken te bepalen, tijdstippen worden kennis gegeven aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
2. Van ieder ongeval, dat den dood van een persoon, of letsel, hetwelk vermoedelijk omstreeks zes weken of langer voor den arbeid ongeschikt maakt, ten gevolge heeft gehad, moet onmiddellijk kennis worden gegeven aan den Inspecteur-Generaal der Mijnen en aan den burgemeester der betrokken gemeente. Voor zoover zonder gevaar mogelijk, moet alles ter plaatse in denzelfde toestand gelaten worden, totdat een ambtenaar van het Staatstoezicht op de Mijnen toestemming tot opruiming heeft gegeven. De getuigen moeten ter beschikking worden gesteld op het tijdstip, door den ambtenaar van het Staatstoezicht op de Mijnen aangegeven.
3. Van belangrijke instortingen en andere voorvallen, waarmede de veiligheid gemoeid kan zijn, moet onverwijld kennis worden gegeven aan den Inspecteur-Generaal der Mijnen.
2. Van ieder ongeval, dat den dood van een persoon, of letsel, hetwelk vermoedelijk omstreeks zes weken of langer voor den arbeid ongeschikt maakt, ten gevolge heeft gehad, moet onmiddellijk kennis worden gegeven aan den Inspecteur-Generaal der Mijnen en aan den burgemeester der betrokken gemeente. Voor zoover zonder gevaar mogelijk, moet alles ter plaatse in denzelfde toestand gelaten worden, totdat een ambtenaar van het Staatstoezicht op de Mijnen toestemming tot opruiming heeft gegeven. De getuigen moeten ter beschikking worden gesteld op het tijdstip, door den ambtenaar van het Staatstoezicht op de Mijnen aangegeven.
3. Van belangrijke instortingen en andere voorvallen, waarmede de veiligheid gemoeid kan zijn, moet onverwijld kennis worden gegeven aan den Inspecteur-Generaal der Mijnen.
- Citeren als
- Art. 17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002025
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl