BWBR0002025
Geldig vanaf 31-12-1964
Artikel 19
Groevenreglement 1947
1. In groeven, welke door den aard van het gebruik, dat er krachtens de in artikel 1 bedoelde vergunning van wordt gemaakt, opengesteld zijn voor anderen dan de er in te werk gestelde personen, moeten op de door of namens Onze Minister van Economische Zaken aan te wijzen plaatsen duidelijk in het oog vallende wegwijzers zijn aangebracht, welke het voor niet in de groeve bekend zijnde personen mogelijk maken den uitgang te vinden.
2. De ingangen van groeven, welke niet zijn opengesteld voor andere dan de er in te werk gestelde personen, moeten van een deugdelijke afsluiting zijn voorzien, alsmede van borden met het opschrift "Verboden toegang". Het is aan onbevoegden verboden, deze groeven te betreden. Van het einde van den werktijd tot het begin van den werktijd moeten alle uitgangen van deze groeven gesloten zijn.
3. Onze Minister van Economische Zaken is bevoegd te bepalen, dat door hem aangewezen gedeelten van groeven moeten worden afgesloten. Het is verboden deze gedeelten zonder zijn toestemming te betreden.
2. De ingangen van groeven, welke niet zijn opengesteld voor andere dan de er in te werk gestelde personen, moeten van een deugdelijke afsluiting zijn voorzien, alsmede van borden met het opschrift "Verboden toegang". Het is aan onbevoegden verboden, deze groeven te betreden. Van het einde van den werktijd tot het begin van den werktijd moeten alle uitgangen van deze groeven gesloten zijn.
3. Onze Minister van Economische Zaken is bevoegd te bepalen, dat door hem aangewezen gedeelten van groeven moeten worden afgesloten. Het is verboden deze gedeelten zonder zijn toestemming te betreden.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002025
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl