BWBR0002009
Geldig vanaf 1944-09-20
Artikel 53
Tribunaalbesluit
1. Op last van den voorzitter worden alle schriftelijke bewijsstukken voorgelezen, waarvan een der leden van het Tribunaal, de beschuldigde of zijn raadsman dit verlangt.
2. De voorlezing van eenig bewijsstuk kan worden vervangen door een mededeeling van den korten inhoud door den voorzitter.
3. Ten bezware van den beschuldigde wordt op geene bewijsstukken acht geslagen den voor zoover deze ter zitting zijn voorgelezen of hun korte inhoud door den voorzitter is medegedeeld.
4. De voorzitter geeft aan den beschuldigde op diens verzoek de gelegenheid om tegen de bewijsstukken en hun inhoud in te brengen, wat tot verdediging kan dienen.
2. De voorlezing van eenig bewijsstuk kan worden vervangen door een mededeeling van den korten inhoud door den voorzitter.
3. Ten bezware van den beschuldigde wordt op geene bewijsstukken acht geslagen den voor zoover deze ter zitting zijn voorgelezen of hun korte inhoud door den voorzitter is medegedeeld.
4. De voorzitter geeft aan den beschuldigde op diens verzoek de gelegenheid om tegen de bewijsstukken en hun inhoud in te brengen, wat tot verdediging kan dienen.