BWBR0002009
Geldig vanaf 1944-09-20
Artikel 43
Tribunaalbesluit
1. Ten aanzien van de verhooren van den beschuldigde en van getuigen en deskundigen door het Tribunaal of den commissaris tijdens het voorbereidend onderzoek vinden de artikelen 173, 174, 186en 188-191 van het Wetboek van Strafvorderingovereenkomstige toepassing.
2. Het Tribunaal en de commissaris kunnen een beschuldigde of getuige, die zich in verzekerde bewaring bevindt, voor zich doen verschijnen en een beschuldigde of getuige, die in vrijheid is, of een deskundige mondeling of schriftelijk oproepen, doen oproepen of dagvaarden, zoo noodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging. Het verhoor van een beschuldigde, getuige of deskundige kan ook geschieden ter plaatse, waar hij zich bevindt.
3. Indien dit in het belang van het onderzoek dringend noodzakelijk is, kan het Tribunaal of de commissaris bevelen, dat een aanwezige beschuldigde of getuige, die in vrijheid is, gedurende ten hoogste tweemaal vierentwintig uren in eene bij dat bevel aan te wijzen plaats in verzekering zal worden gesteld. Ten aanzien van den beschuldigde kan het bevel ook op de overige gronden, als bedoeld in artikel 37, eerste lid, worden gegeven. Het bevel vermeldt de redenen, welke tot de inverzekeringstelling hebben geleid. Het kan door het Tribunaal éénmaal voor ten hoogste tweemaal vierentwintig uren worden verlengd.
2. Het Tribunaal en de commissaris kunnen een beschuldigde of getuige, die zich in verzekerde bewaring bevindt, voor zich doen verschijnen en een beschuldigde of getuige, die in vrijheid is, of een deskundige mondeling of schriftelijk oproepen, doen oproepen of dagvaarden, zoo noodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging. Het verhoor van een beschuldigde, getuige of deskundige kan ook geschieden ter plaatse, waar hij zich bevindt.
3. Indien dit in het belang van het onderzoek dringend noodzakelijk is, kan het Tribunaal of de commissaris bevelen, dat een aanwezige beschuldigde of getuige, die in vrijheid is, gedurende ten hoogste tweemaal vierentwintig uren in eene bij dat bevel aan te wijzen plaats in verzekering zal worden gesteld. Ten aanzien van den beschuldigde kan het bevel ook op de overige gronden, als bedoeld in artikel 37, eerste lid, worden gegeven. Het bevel vermeldt de redenen, welke tot de inverzekeringstelling hebben geleid. Het kan door het Tribunaal éénmaal voor ten hoogste tweemaal vierentwintig uren worden verlengd.