BWBR0002009
Geldig vanaf 1944-09-20
Artikel 51
Tribunaalbesluit
1. De zitting van het Tribunaal wordt in het openbaar gehouden, voor zoover het Tribunaal niet om gewichtige, in het proces-verbaal der zitting te vermelden redenen mocht bevelen, dat het onderzoek geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaats hebben.
2. Het bepaalde in de artikelen 269, 273, laatste lid, 274, 275, 277en 303 van het Wetboek van Strafvorderingis ten aanzien van de behandeling der zaak ter zitting van het Tribunaal van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de beschuldigde niet ter zitting tegenwoordig is, kan het Tribunaal zoowel bij den aanvang als gedurende den loop van het onderzoek bevelen, dat hij op een bepaald tijdstip ter zitting aanwezig zal zijn en kan het daartoe tevens zijne medebrenging gelasten. Van elke afwezigheid van den beschuldigde wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.
4. Indien de beschuldigde zich in vrijheid bevindt en ter zitting aanwezig is, kan het Tribunaal op de in artikel 37, eerste lid, vermelde gronden overeenkomstig het bepaalde in artikel 43, derde lid, een bevel tot zijn inverzekeringstelling geven.
5. De behandeling der zaak ter zitting van het Tribunaal geschiedt voorts met inachtneming der volgende artikelen van dezen Titel, met dien verstande, dat elke bevoegdheid, ingevolge deze artikelen aan den beschuldigde toegekend, ook toekomt aan diens raadsman en dat in de gevallen, waarin ingevolge deze artikelen de toestemming of het hooren van den beschuldigde of diens raadsman wordt gevorderd, dit alleen geldt ten aanzien van den op de zitting aanwezigen beschuldigde.
2. Het bepaalde in de artikelen 269, 273, laatste lid, 274, 275, 277en 303 van het Wetboek van Strafvorderingis ten aanzien van de behandeling der zaak ter zitting van het Tribunaal van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de beschuldigde niet ter zitting tegenwoordig is, kan het Tribunaal zoowel bij den aanvang als gedurende den loop van het onderzoek bevelen, dat hij op een bepaald tijdstip ter zitting aanwezig zal zijn en kan het daartoe tevens zijne medebrenging gelasten. Van elke afwezigheid van den beschuldigde wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.
4. Indien de beschuldigde zich in vrijheid bevindt en ter zitting aanwezig is, kan het Tribunaal op de in artikel 37, eerste lid, vermelde gronden overeenkomstig het bepaalde in artikel 43, derde lid, een bevel tot zijn inverzekeringstelling geven.
5. De behandeling der zaak ter zitting van het Tribunaal geschiedt voorts met inachtneming der volgende artikelen van dezen Titel, met dien verstande, dat elke bevoegdheid, ingevolge deze artikelen aan den beschuldigde toegekend, ook toekomt aan diens raadsman en dat in de gevallen, waarin ingevolge deze artikelen de toestemming of het hooren van den beschuldigde of diens raadsman wordt gevorderd, dit alleen geldt ten aanzien van den op de zitting aanwezigen beschuldigde.