BWBR0002009
Geldig vanaf 1944-09-20
Artikel 4
Tribunaalbesluit
1. De rechten, waarvan de schuldige bij wijze van bijzonderen maatregel kan worden ontzet, zijn de rechten genoemd in artikel 28, onder 1°., 2°., 3°. en 4°., van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de uitoefening van bepaalde beroepen of groepen van beroepen en het bekleeden van bepaalde functies of groepen van functies, waarvoor de schuldige geacht moet worden de in het algemeen belang vereischte waardigheid of betrouwbaarheid te missen. Artikel 8, tweede lid, van het Besluit Buitengewoon Strafrechtis van overeenkomstige toepassing.
2. De ontzetting van een recht bij wijze van bijzonderen maatregel, als in dit besluit bedoeld, wordt voor de toepassing van artikel 195 van het Wetboek van Strafrechtmet ontzetting bij rechterlijke uitspraak gelijkgesteld.
2. De ontzetting van een recht bij wijze van bijzonderen maatregel, als in dit besluit bedoeld, wordt voor de toepassing van artikel 195 van het Wetboek van Strafrechtmet ontzetting bij rechterlijke uitspraak gelijkgesteld.