BWBR0001870
Geldig vanaf 1999-02-17
Artikel 8
Mijnwet 1903
Aan een concessie voor koolwaterstoffen kunnen de voorschriften worden verbonden:
a. dat daarin aangeduide inrichtingen, welke bij het gebruik maken van de concessie worden gebezigd, aan de houder toebehoren;
b. dat de houder een daarin bepaalde zekerheid zal stellen en gesteld houden voor de betaling van hetgeen hij ingevolge deze wet als houder van de concessie dan wel door het gebruik maken daarvan aan de Staat verschuldigd zal worden; zodanig voorschrift blijft, ook nadat de concessie haar kracht heeft verloren, gedurende een daarbij bepaalde termijn van kracht.
a. dat daarin aangeduide inrichtingen, welke bij het gebruik maken van de concessie worden gebezigd, aan de houder toebehoren;
b. dat de houder een daarin bepaalde zekerheid zal stellen en gesteld houden voor de betaling van hetgeen hij ingevolge deze wet als houder van de concessie dan wel door het gebruik maken daarvan aan de Staat verschuldigd zal worden; zodanig voorschrift blijft, ook nadat de concessie haar kracht heeft verloren, gedurende een daarbij bepaalde termijn van kracht.