BWBR0001870
Geldig vanaf 1999-02-17
Artikel 4
Mijnwet 1903
1. In een concessie wordt bepaald voor welke delfstof of voor welke delfstoffen zij geldt.
2. In een concessie wordt bepaald voor welk gebied zij geldt. Indien het een concessie voor koolwaterstoffen betreft, geschiedt dit zodanig dat de uitoefening van de activiteiten uit technisch en economisch oogpunt op zo goed mogelijke wijze kan plaatsvinden. Onze Minister stelt nadere regels vast met het oog op de toepassing van de vorige volzin.
3. In een concessie wordt bepaald voor welk tijdvak zij geldt. Indien het een concessie voor koolwaterstoffen betreft, geschiedt dit zodanig dat dit tijdvak niet langer is dan noodzakelijk om de activiteiten, waarvoor de concessie wordt verleend, te verrichten.
4. Een concessie kan tevens onder andere beperkingen worden verleend dan die, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. Een concessie voor koolwaterstoffen kan slechts onder andere beperkingen worden verleend indien deze worden gerechtvaardigd door de veiligheid, de landsverdediging, de milieubescherming of een planmatig beheer van voorkomens van koolwaterstoffen. In dat geval is artikel 8d, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
2. In een concessie wordt bepaald voor welk gebied zij geldt. Indien het een concessie voor koolwaterstoffen betreft, geschiedt dit zodanig dat de uitoefening van de activiteiten uit technisch en economisch oogpunt op zo goed mogelijke wijze kan plaatsvinden. Onze Minister stelt nadere regels vast met het oog op de toepassing van de vorige volzin.
3. In een concessie wordt bepaald voor welk tijdvak zij geldt. Indien het een concessie voor koolwaterstoffen betreft, geschiedt dit zodanig dat dit tijdvak niet langer is dan noodzakelijk om de activiteiten, waarvoor de concessie wordt verleend, te verrichten.
4. Een concessie kan tevens onder andere beperkingen worden verleend dan die, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. Een concessie voor koolwaterstoffen kan slechts onder andere beperkingen worden verleend indien deze worden gerechtvaardigd door de veiligheid, de landsverdediging, de milieubescherming of een planmatig beheer van voorkomens van koolwaterstoffen. In dat geval is artikel 8d, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.