BWBR0001854
Geldig vanaf 1886-09-01
Artikel 254a
Wetboek van Strafrecht
1. Bij veroordeling wegens een van de in de artikelen 240 tot en met 253omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4°, vermelde rechten worden uitgesproken.
2. Indien degene die zich schuldig maakt aan één van de misdrijven omschreven in de artikelen 240 tot en met 253het misdrijf in de uitoefening van een beroep begaat, kan diegene van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.
2. Indien degene die zich schuldig maakt aan één van de misdrijven omschreven in de artikelen 240 tot en met 253het misdrijf in de uitoefening van een beroep begaat, kan diegene van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.