BWBR0001854
Geldig vanaf 1886-09-01
Artikel 380
Wetboek van Strafrecht
1. Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 355, 357en 358omschreven misdrijven kan ontzetting van het in artikel 28, eerste lid, onder 3°, vermelde recht worden uitgesproken.
2. Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 359, 363, 364, 366en 379, eerste lid, omschreven misdrijven kan ontzetting van het in artikel 28, eerste lid, onder 4°, vermelde recht worden uitgesproken.
2. Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 359, 363, 364, 366en 379, eerste lid, omschreven misdrijven kan ontzetting van het in artikel 28, eerste lid, onder 4°, vermelde recht worden uitgesproken.