Uitleg Artikel 54 BW Boek 5: Overhangend gebouw of werk
Stel, je hebt een schuur of een stuk muur dat gedeeltelijk op het erf van je buren staat. Of misschien hangt je dak na jaren een beetje over hun terrein. Volgens de wet mag je buren dan eisen dat je dat overhangende deel weghaalt. Maar wat als dat voor jou veel erger is dan voor hen? Bijvoorbeeld omdat je schuur dan instort of je veel geld moet uitgeven om het te herstellen?
In zo’n geval kun je als eigenaar van het gebouw of werk vorderen dat de rechter een erfdienstbaarheid oplegt. Dat betekent dat je buren het overhangende deel moeten dulden, maar jij moet hen wel schadeloosstellen voor het ongemak. Of: de rechter kan ook beslissen dat de buren een stukje van hun erf aan jou moeten verkopen, zodat je het probleem zelf kunt oplossen.
Uitzonderingen:
Dit geldt niet als:
- Je verplicht was om het gebouw zo te plaatsen (bijvoorbeeld door een bouwvergunning of een contract).
- Je opzettelijk of grof nalatig bent geweest bij de bouw of aankoop. Bijvoorbeeld: je wist dat je erf overliep, maar deed er niets aan.
Voorbeeld:
Je bouwt een schuur en realiseert je later dat een deel ervan op het erf van je buurman staat. Je kunt dan vragen om een erfdienstbaarheid, zodat je de schuur mag houden, maar je betaalt je buurman een vergoeding. Als je echter bewust over de erfgrens heen bent gebouwd (bijvoorbeeld omdat je de kaart niet goed hebt gelezen), kun je deze regeling niet gebruiken.
Deze uitleg is vereenvoudigd en geen juridisch advies. Raadpleeg altijd de originele wettekst hierboven.