BWBR0005288
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 98
Burgerlijk Wetboek Boek 5
1. Wanneer de tijd waarvoor de erfpacht is gevestigd, is verstreken en de erfpachter de zaak niet op dat tijdstip heeft ontruimd, blijft de erfpacht doorlopen, tenzij de eigenaar uiterlijk zes maanden na dat tijdstip doet blijken dat hij haar als geëindigd beschouwt. De eigenaar en de erfpachter kunnen de verlengde erfpacht opzeggen op de wijze en met inachtneming van de termijn vermeld in artikel 88.
2. Ieder beding dat ten nadele van de erfpachter van dit artikel afwijkt, is nietig.
2. Ieder beding dat ten nadele van de erfpachter van dit artikel afwijkt, is nietig.