30 resultaten voor "Artikel 49 Waterstaatswet 1900"
Pagina 3 van 3
Uitspraak

ECLI:NL:RBNNE:2026:3068

en dan genoemd in het eerste lid, voor zover dat elders in deze wet is bepaald. Artikel 6.4 1. Het is verboden zonder daartoe strekkende vergunning van gedeputeerde staten grondwater te onttrekken of water te infiltreren: […] b. ten behoeve van de o...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBNNE:2017:5041

Ingevolge artikel 1 van de planvoorschriften van voormeld bestemmingsplan wordt onder bedrijfsvloeroppervlakte verstaan: het totale vloeroppervlak van de ruimte binnen een bouwwerk dat wordt gebruikt voor de uitoefening van een kantoor, winkel, voorz...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2022:5865

bij aangewezen onderdelen bij het Rijk in beheer zijn. Artikel 5.1, eerste lid, van de Waterwet De beheerder draagt zorg voor de vaststelling van een legger, waarin is omschreven waaraan waterstaatswerken na...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBMAA:2012:BX5861

chappen of veenpolders in het beheer der provincie overbrengen. Met de overneming in beheer gaat de onderhoudslast op de provincie over’ (Kamerstukken II, 1895-1896, 167, nr. 2, p. 1). Van strijd met de hedendaagse definitie in de Waterwet -...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBNNE:2026:3171

e bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna; (…) - waterstaatswerk : oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk; Artikel 3.1...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBZWO:2003:AI1159

ehorende terreinen, gebouwen, getimmerten en uitrustingen. Ingevolge artikel 10b, eerste lid, van de Whvbz houden gedeputeerde staten een lijst aan van de badinrichtingen in oppervlaktewater en van de andere plaatsen waar door een aanmerkelijk aantal...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBMAA:2012:BX5861

verbetert, hetzij door den burgemeester, schriftelijk zij aangezegd. De rechtbank dient een oordeel te geven over de vraag of verweerder in redelijkheid op grond van artikel 9 van de Waterstaatswet 1900 eisers een gedoogplicht heeft kun...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:8290

3. Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Kralingen, voorzitter, en mr. L.W. Louwerse en mr. C.M.B. Gijselman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.J.M. van de Vrede, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 19 augustus 2026. De jongste...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBMAA:2012:BX5861

verbetert, hetzij door den burgemeester, schriftelijk zij aangezegd. De rechtbank dient een oordeel te geven over de vraag of verweerder in redelijkheid op grond van artikel 9 van de Waterstaatswet 1900 eisers een gedoogplicht heeft kun...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:PHR:2002:AE7652

tvoering zijn gehouden. In deze zaak is het ontwerp(9) van de desbetreffende dijkverbetering "op 26 april 1990 overeenkomstig art. 2 lid 4 Deltawet"(10) vastgesteld. Dat ontwerp - van de Minister van Verkeer en Waterstaat - behoort niet...

2%