BWBV0002414
Artikel 20
Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
1. Het bedrag dat de Staten die partij zijn bij dit Verdrag verschuldigd zijn krachtens artikel 146 van het Europees Octrooiverdrag, wordt betaald uit de financiële bijdragen die voor elke Staat worden vastgesteld overeenkomstig de in het derde lid bepaalde verdeelsleutel.
2. De ontvangsten uit de taksen gestort krachtens het Reglement betreffende de taksen, met aftrek van de bedragen die overeenkomstig de artikelen 39 en 147 van het Europees Octrooiverdrag aan de Europese Octrooiorganisatie zijn betaald, alsmede alle andere ontvangsten die de Europese Octrooiorganisatie krachtens het onderhavige Verdrag toevloeien, worden overeenkomstig de in het derde lid bedoelde verdeelsleutel verdeeld tussen de Staten die partij zijn bij het onderhavige Verdrag.
3. De verdeelsleutel waarnaar in het eerste en het tweede lid wordt verwezen, is:
[tabel]
4. De in het derde lid vastgestelde verdeelsleutel kan, na een onderzoek dat de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie vijf jaar na de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien instelt, bij besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen op voorstel van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of op verzoek van ten minste drie Verdragsluitende Staten worden gewijzigd.
5. Voor het besluit als bedoeld in het vierde lid is vereist:
a. van het zesde tot en met het tiende jaar na de datum van inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien: eenparigheid van stemmen;
b. na het verstrijken van die periode: gekwalificeerde meerderheid van stemmen; deze meerderheid is de meerderheid genoemd in het eerste streepje van artikel 148, tweede lid, tweede alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.
6. Vijf jaar na de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien zal een aanvang worden gemaakt met de werkzaamheden die nodig zijn om te onderzoeken onder welke voorwaarden en op welk tijdstip de financieringsregeling volgens het eerste tot en met het vijfde lid kan worden vervangen door een andere regeling die met inachtneming van de ontwikkeling binnen de Europese Gemeenschappen op Gemeenschapsfinanciering berust. Deze regeling kan betrekking hebben op de bedragen welke door de Staten die partij zijn bij dit Verdrag verschuldigd zijn krachtens het Europees Octrooiverdrag, alsmede op de bedragen die deze Staten toekomen uit hoofde van het laatstgenoemde Verdrag. Na afloop van dit onderzoek kunnen dit artikel en eventueel artikel 19, bij besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen worden gewijzigd.
2. De ontvangsten uit de taksen gestort krachtens het Reglement betreffende de taksen, met aftrek van de bedragen die overeenkomstig de artikelen 39 en 147 van het Europees Octrooiverdrag aan de Europese Octrooiorganisatie zijn betaald, alsmede alle andere ontvangsten die de Europese Octrooiorganisatie krachtens het onderhavige Verdrag toevloeien, worden overeenkomstig de in het derde lid bedoelde verdeelsleutel verdeeld tussen de Staten die partij zijn bij het onderhavige Verdrag.
3. De verdeelsleutel waarnaar in het eerste en het tweede lid wordt verwezen, is:
[tabel]
4. De in het derde lid vastgestelde verdeelsleutel kan, na een onderzoek dat de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie vijf jaar na de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien instelt, bij besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen op voorstel van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of op verzoek van ten minste drie Verdragsluitende Staten worden gewijzigd.
5. Voor het besluit als bedoeld in het vierde lid is vereist:
a. van het zesde tot en met het tiende jaar na de datum van inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien: eenparigheid van stemmen;
b. na het verstrijken van die periode: gekwalificeerde meerderheid van stemmen; deze meerderheid is de meerderheid genoemd in het eerste streepje van artikel 148, tweede lid, tweede alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.
6. Vijf jaar na de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien zal een aanvang worden gemaakt met de werkzaamheden die nodig zijn om te onderzoeken onder welke voorwaarden en op welk tijdstip de financieringsregeling volgens het eerste tot en met het vijfde lid kan worden vervangen door een andere regeling die met inachtneming van de ontwikkeling binnen de Europese Gemeenschappen op Gemeenschapsfinanciering berust. Deze regeling kan betrekking hebben op de bedragen welke door de Staten die partij zijn bij dit Verdrag verschuldigd zijn krachtens het Europees Octrooiverdrag, alsmede op de bedragen die deze Staten toekomen uit hoofde van het laatstgenoemde Verdrag. Na afloop van dit onderzoek kunnen dit artikel en eventueel artikel 19, bij besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen worden gewijzigd.
- Citeren als
- Art. 20
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002414
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl