BWBV0001717
Geldig vanaf 01-06-2006
Artikel 5
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake grensoverschrijdend politieel optreden
1. De grensoverschrijdende ambtenaar en de grensoverschrijdende politie-eenheid zijn, onverminderd de bevoegdheden genoemd in Titel 4, in het bijzonder bevoegd om:
a de onmiddellijke beveiliging of nabije bescherming van personen te verzekeren;
b toezicht te houden op een terreingedeelte met de bedoeling informatie in te winnen en personen, dieren, voertuigen of voorwerpen die de openbare orde en veiligheid bedreigen of kunnen bedreigen, te lokaliseren;
c toegangen tot een terreingedeelte te controleren of de toegang tot het terreingedeelte te ontzeggen, met als doel de wettelijke maatregelen van de gaststaat te doen naleven of de openbare orde en veiligheid te handhaven;
d bevelen te geven aan het verkeer en aan de weggebruikers;
e een terreingedeelte systematisch te doorzoeken om personen, dieren, voertuigen of voorwerpen die de openbare orde en veiligheid bedreigen of kunnen bedreigen, te lokaliseren;
f identiteitscontroles te verrichten;
g begeleidingen uit te voeren met als doel incidenten te voorkomen en de openbare orde en veiligheid te handhaven, zoals meereizen met een groep personen, op de groep ononderbroken toezicht houden, en de groep of leden daarvan zo nodig aanspreken op hun gedragingen en wijzen op hun verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de mogelijke gevolgen van die gedragingen.
2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
a de onmiddellijke beveiliging of nabije bescherming van personen te verzekeren;
b toezicht te houden op een terreingedeelte met de bedoeling informatie in te winnen en personen, dieren, voertuigen of voorwerpen die de openbare orde en veiligheid bedreigen of kunnen bedreigen, te lokaliseren;
c toegangen tot een terreingedeelte te controleren of de toegang tot het terreingedeelte te ontzeggen, met als doel de wettelijke maatregelen van de gaststaat te doen naleven of de openbare orde en veiligheid te handhaven;
d bevelen te geven aan het verkeer en aan de weggebruikers;
e een terreingedeelte systematisch te doorzoeken om personen, dieren, voertuigen of voorwerpen die de openbare orde en veiligheid bedreigen of kunnen bedreigen, te lokaliseren;
f identiteitscontroles te verrichten;
g begeleidingen uit te voeren met als doel incidenten te voorkomen en de openbare orde en veiligheid te handhaven, zoals meereizen met een groep personen, op de groep ononderbroken toezicht houden, en de groep of leden daarvan zo nodig aanspreken op hun gedragingen en wijzen op hun verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de mogelijke gevolgen van die gedragingen.
2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001717
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl