BWBV0001717
Geldig vanaf 01-06-2006
Artikel 18
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake grensoverschrijdend politieel optreden
1. Voor de uitvoering van de grensoverschrijdende achtervolging zijn de bepalingen van artikel 41 van de ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van toepassing, met dien verstande dat:
a een achtervolging over de grens, met inachtneming van het nationale recht, mag worden voortgezet, indien deze betrekking heeft op personen die zich hebben onttrokken aan een vrijheidsstraf of die verdacht zijn van een strafbaar feit dat tot uitlevering aanleiding kan geven;
b het achtervolgingsrecht als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord Schengen wordt uitgeoefend op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, zonder enige in afstand, noch in tijd uitgedrukte beperking en waarbij het recht wordt toegekend om de achtervolgde persoon aan te houden;
c de achtervolging, met inachtneming van het nationale recht, eveneens kan plaatsvinden in het luchtruim en over de zee- en waterwegen;
d voor het overige indien daartoe aanleiding bestaat, zal worden gehandeld overeenkomstig artikel 26 van het Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg zelfs wanneer de daar bedoelde rogatoire commissie niet aanwezig is.
2. Artikel 27 van het Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg, komt te vervallen.
a een achtervolging over de grens, met inachtneming van het nationale recht, mag worden voortgezet, indien deze betrekking heeft op personen die zich hebben onttrokken aan een vrijheidsstraf of die verdacht zijn van een strafbaar feit dat tot uitlevering aanleiding kan geven;
b het achtervolgingsrecht als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord Schengen wordt uitgeoefend op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, zonder enige in afstand, noch in tijd uitgedrukte beperking en waarbij het recht wordt toegekend om de achtervolgde persoon aan te houden;
c de achtervolging, met inachtneming van het nationale recht, eveneens kan plaatsvinden in het luchtruim en over de zee- en waterwegen;
d voor het overige indien daartoe aanleiding bestaat, zal worden gehandeld overeenkomstig artikel 26 van het Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg zelfs wanneer de daar bedoelde rogatoire commissie niet aanwezig is.
2. Artikel 27 van het Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg, komt te vervallen.
- Citeren als
- Art. 18
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001717
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl