BWBV0001717
Geldig vanaf 01-06-2006
Artikel 33
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake grensoverschrijdend politieel optreden
1. Het is in aanvulling op artikel 5 de grensoverschrijdende ambtenaar toegestaan, in overeenstemming met het recht van de gaststaat, geweld uit te oefenen of andere vormen van dwang toe te passen:
a na een bevel als bedoeld in artikel 29, derde lid, tenzij de leidinggevende vooraf anders heeft bepaald;
b na een aanwijzing van de bevoegde autoriteit van de gaststaat, of
c in het geval van een ogenblikkelijke noodzaak van wettige verdediging van zichzelf of van een ander in overeenstemming met het recht van de gaststaat;
d bij een optreden op eigen initiatief als bedoeld in artikel 7.
2. In de situatie bedoeld in het eerste lid, onder c en d, is het gebruik van een vuurwapen, pepperspray of traangas slechts geoorloofd indien er sprake is van een ogenblikkelijke noodzaak van de wettige verdediging van zichzelf of van een ander, in overeenstemming met het recht van de gaststaat.
3. Aan het uitoefenen van geweld gaat, indien mogelijk en gepast, een waarschuwing vooraf.
4. De grensoverschrijdende ambtenaar die geweld heeft uitgeoefend, meldt de feiten en omstandigheden dienaangaande, alsmede de gevolgen hiervan, onverwijld aan de bevoegde autoriteit, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
5. Onder andere vormen van dwang, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan het uitvoeren van een veiligheidsfouillering, het aanleggen van handboeien, het aanhouden van een verdachte en het veiligstellen van voor inbeslagneming vatbare voorwerpen, met dien verstande dat de grensoverschrijdende ambtenaar de betrokken persoon onverwijld overdraagt aan een ambtenaar van de gaststaat onder afgifte van de mogelijk veilig gestelde voorwerpen en het mededeling doen aan de bevoegde autoriteiten van zijn bevindingen.
a na een bevel als bedoeld in artikel 29, derde lid, tenzij de leidinggevende vooraf anders heeft bepaald;
b na een aanwijzing van de bevoegde autoriteit van de gaststaat, of
c in het geval van een ogenblikkelijke noodzaak van wettige verdediging van zichzelf of van een ander in overeenstemming met het recht van de gaststaat;
d bij een optreden op eigen initiatief als bedoeld in artikel 7.
2. In de situatie bedoeld in het eerste lid, onder c en d, is het gebruik van een vuurwapen, pepperspray of traangas slechts geoorloofd indien er sprake is van een ogenblikkelijke noodzaak van de wettige verdediging van zichzelf of van een ander, in overeenstemming met het recht van de gaststaat.
3. Aan het uitoefenen van geweld gaat, indien mogelijk en gepast, een waarschuwing vooraf.
4. De grensoverschrijdende ambtenaar die geweld heeft uitgeoefend, meldt de feiten en omstandigheden dienaangaande, alsmede de gevolgen hiervan, onverwijld aan de bevoegde autoriteit, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
5. Onder andere vormen van dwang, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan het uitvoeren van een veiligheidsfouillering, het aanleggen van handboeien, het aanhouden van een verdachte en het veiligstellen van voor inbeslagneming vatbare voorwerpen, met dien verstande dat de grensoverschrijdende ambtenaar de betrokken persoon onverwijld overdraagt aan een ambtenaar van de gaststaat onder afgifte van de mogelijk veilig gestelde voorwerpen en het mededeling doen aan de bevoegde autoriteiten van zijn bevindingen.
- Citeren als
- Art. 33
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001717
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl