BWBR0051991
Geldig vanaf 2025-12-19
Artikel 4
Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025
1. Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);
b. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst;
c. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst: 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of;
2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moeten worden behandeld;
1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of;
2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moeten worden behandeld;
d. het uitoefenen van bevoegdheden namens de Staat der Nederlanden in zijn hoedanigheid van aandeelhouder of die voortvloeien uit de zeggenschap over rechtspersonen;
e. het invulling geven aan de eigenaarsrol, voor zover hiervoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst, richting in ieder geval: 1°. het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten;
2°. de Nederlandse Emissieautoriteit;
3°. het Staatstoezicht op de Mijnen;
4°. de Wetenschappelijke Klimaatraad;
1°. het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten;
2°. de Nederlandse Emissieautoriteit;
3°. het Staatstoezicht op de Mijnen;
4°. de Wetenschappelijke Klimaatraad;
f. aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften;
g. aangelegenheden op het gebied van de Wet normering topinkomens, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften;
h. aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
i. aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;
j. het in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken aanwijzen van functies, die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden als vertrouwensfunctie;
k. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een werknemer bij het kerndepartement, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017;
l. het vaststellen van interne circulaires;
m. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de directeur Financieel-Economische Zaken;
n. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie;
o. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen;
p. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie;
q. het optreden als Chief Information Officer (CIO) zoals bedoeld in het Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2021;
r. het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal;
s. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en het CIO-beraad;
t. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Archiefwet 1995, voor zover niet behorend tot een hoofd van dienst, waaronder het voor het gehele ministerie vaststellen van beheersregels als bedoeld in artikel 14 van het Archiefbesluit 1995 en het vaststellen van selectielijsten als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van de Archiefwet 1995 en het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden bij de overbrenging als bedoeld in artikel 15 van de Archiefwet 1995;
u. het inschrijven in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten van: – het kerndepartement, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken bij het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2025;
– het Staatstoezicht op de Mijnen; en hun machtigingenbeheerders;
– het kerndepartement, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken bij het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2025;
– het Staatstoezicht op de Mijnen;
v. het verstrekken van ketenmachtigingen als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten door registratie in het machtigingenregister, op naam van het kerndepartement, van de buitendiensten, aan agentschappen of aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen.
2. Onder eigenaarsrol in de zin van het eerste lid, onderdeel e, wordt in ieder geval verstaan:
a. het toezien op de bedrijfsvoering van de organisatie binnen de planning- en controlcyclus, en
b. het uitoefenen van bevoegdheden: 1°. inzake de benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen en colleges en commissies;
2°. op grond van de organieke regelingen van rechtspersonen, de Comptabiliteitswet 2016, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Kaderwet adviescolleges, de Regeling agentschappen 2024, de Aanwijzingen voor de Planbureaus of de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties.
1°. inzake de benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen en colleges en commissies;
2°. op grond van de organieke regelingen van rechtspersonen, de Comptabiliteitswet 2016, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Kaderwet adviescolleges, de Regeling agentschappen 2024, de Aanwijzingen voor de Planbureaus of de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties.
a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);
b. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst;
c. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst: 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of;
2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moeten worden behandeld;
1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of;
2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moeten worden behandeld;
d. het uitoefenen van bevoegdheden namens de Staat der Nederlanden in zijn hoedanigheid van aandeelhouder of die voortvloeien uit de zeggenschap over rechtspersonen;
e. het invulling geven aan de eigenaarsrol, voor zover hiervoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst, richting in ieder geval: 1°. het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten;
2°. de Nederlandse Emissieautoriteit;
3°. het Staatstoezicht op de Mijnen;
4°. de Wetenschappelijke Klimaatraad;
1°. het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten;
2°. de Nederlandse Emissieautoriteit;
3°. het Staatstoezicht op de Mijnen;
4°. de Wetenschappelijke Klimaatraad;
f. aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften;
g. aangelegenheden op het gebied van de Wet normering topinkomens, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften;
h. aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
i. aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;
j. het in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken aanwijzen van functies, die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden als vertrouwensfunctie;
k. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een werknemer bij het kerndepartement, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017;
l. het vaststellen van interne circulaires;
m. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de directeur Financieel-Economische Zaken;
n. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie;
o. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen;
p. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie;
q. het optreden als Chief Information Officer (CIO) zoals bedoeld in het Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2021;
r. het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal;
s. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en het CIO-beraad;
t. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Archiefwet 1995, voor zover niet behorend tot een hoofd van dienst, waaronder het voor het gehele ministerie vaststellen van beheersregels als bedoeld in artikel 14 van het Archiefbesluit 1995 en het vaststellen van selectielijsten als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van de Archiefwet 1995 en het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden bij de overbrenging als bedoeld in artikel 15 van de Archiefwet 1995;
u. het inschrijven in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten van: – het kerndepartement, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken bij het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2025;
– het Staatstoezicht op de Mijnen; en hun machtigingenbeheerders;
– het kerndepartement, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken bij het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2025;
– het Staatstoezicht op de Mijnen;
v. het verstrekken van ketenmachtigingen als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten door registratie in het machtigingenregister, op naam van het kerndepartement, van de buitendiensten, aan agentschappen of aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen.
2. Onder eigenaarsrol in de zin van het eerste lid, onderdeel e, wordt in ieder geval verstaan:
a. het toezien op de bedrijfsvoering van de organisatie binnen de planning- en controlcyclus, en
b. het uitoefenen van bevoegdheden: 1°. inzake de benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen en colleges en commissies;
2°. op grond van de organieke regelingen van rechtspersonen, de Comptabiliteitswet 2016, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Kaderwet adviescolleges, de Regeling agentschappen 2024, de Aanwijzingen voor de Planbureaus of de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties.
1°. inzake de benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen en colleges en commissies;
2°. op grond van de organieke regelingen van rechtspersonen, de Comptabiliteitswet 2016, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Kaderwet adviescolleges, de Regeling agentschappen 2024, de Aanwijzingen voor de Planbureaus of de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties.