BWBR0051991
Geldig vanaf 2025-12-19
Artikel 32
Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025
1. De directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, kunnen, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.
2. Het ondermandaatbesluit van de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is, voor zover van toepassing, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Economische Zaken.
3. Het ondermandaatbesluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is, voor zover van toepassing, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Economische Zaken.
4. Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.
5. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en de Auditdienst Rijk.
2. Het ondermandaatbesluit van de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is, voor zover van toepassing, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Economische Zaken.
3. Het ondermandaatbesluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is, voor zover van toepassing, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Economische Zaken.
4. Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.
5. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en de Auditdienst Rijk.