BWBR0051991
Geldig vanaf 08-07-2026
Artikel 1
Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;
b. secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei;
c. directeur Financieel-Economische Zaken: directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei;
d. hoofden van dienst: 1°. de directeur Financieel-Economische Zaken;
2°. de directeur-generaal Realisatie Groene Groei;
3°. de directeur-generaal Klimaat en Energie;
4°. de secretaris-directeur van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor Energie;
5°. de inspecteur-generaal der mijnen;
1°. de directeur Financieel-Economische Zaken;
2°. de directeur-generaal Realisatie Groene Groei;
3°. de directeur-generaal Klimaat en Energie;
4°. de secretaris-directeur van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor Energie;
5°. de inspecteur-generaal der mijnen;
e. directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken;
f. inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit: inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
g. P&O-aangelegenheden: aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;
h. CAO Rijk: laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren, werkzaam binnen de sector Rijk.
a. minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;
b. secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei;
c. directeur Financieel-Economische Zaken: directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei;
d. hoofden van dienst: 1°. de directeur Financieel-Economische Zaken;
2°. de directeur-generaal Realisatie Groene Groei;
3°. de directeur-generaal Klimaat en Energie;
4°. de secretaris-directeur van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor Energie;
5°. de inspecteur-generaal der mijnen;
1°. de directeur Financieel-Economische Zaken;
2°. de directeur-generaal Realisatie Groene Groei;
3°. de directeur-generaal Klimaat en Energie;
4°. de secretaris-directeur van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor Energie;
5°. de inspecteur-generaal der mijnen;
e. directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken;
f. inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit: inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
g. P&O-aangelegenheden: aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;
h. CAO Rijk: laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren, werkzaam binnen de sector Rijk.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051991
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl