BWBR0051991
Geldig vanaf 2025-12-19
Artikel 31
Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025
1. De directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie, de directeur-generaal Economie en Digitalisering, directeur Politieke en Bestuurlijke Zaken, de directeur Europese en Internationale Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering, de directeur Communicatie, de directeur Informatievoorziening, de directeur Mens en Organisatie en de programmadirecteur Klaar voor de Toekomst, allen hoofden van dienst van het Ministerie van Economische Zaken, kunnen, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.
2. De ondermandaatbesluiten van de functionarissen genoemd in het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.
3. Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.
4. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en de Auditdienst Rijk.
2. De ondermandaatbesluiten van de functionarissen genoemd in het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.
3. Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.
4. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en de Auditdienst Rijk.