BWBR0051576
Geldig vanaf 2025-10-08
Artikel 7.1
Mandaatbesluit VRO 2025
De uitoefening van een mandaat geschiedt met inachtneming van:
a. algemene en bijzondere aanwijzingen van de mandaatgever ten aanzien van de uitoefening van het mandaat;
b. departementale richtlijnen met betrekking tot paraaf en medeparaaf en het voorleggen en afdoen van stukken;
c. de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige departementale richtlijnen, in het bijzonder de Comptabiliteitswet 2016, het Organisatiebesluit VRO 2025, het Organisatiebesluit BZK 2025, (de richtlijnen inzake) administratieve organisatiebeschrijvingen en de besturingsafspraken tussen de secretaris-generaal VRO en secretaris-generaal BZK.
a. algemene en bijzondere aanwijzingen van de mandaatgever ten aanzien van de uitoefening van het mandaat;
b. departementale richtlijnen met betrekking tot paraaf en medeparaaf en het voorleggen en afdoen van stukken;
c. de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige departementale richtlijnen, in het bijzonder de Comptabiliteitswet 2016, het Organisatiebesluit VRO 2025, het Organisatiebesluit BZK 2025, (de richtlijnen inzake) administratieve organisatiebeschrijvingen en de besturingsafspraken tussen de secretaris-generaal VRO en secretaris-generaal BZK.