BWBR0051576
Geldig vanaf 2025-10-08
Artikel 4.2
Mandaatbesluit VRO 2025
Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de plaatsvervangend secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:
a. het nemen van besluiten op aangelegenheden die de rol van continuïteitsverantwoordelijke betreffen zoals bedoeld in het Mandaatbesluit eigenaarsrol pSG BZK voor zover deze de minister aangaan;
b. het vertegenwoordigen van de bewindspersoon (namens het bestuursorgaan of de Staat) in gerechtelijke procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken;
c. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot aangelegenheden op het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal;
d. het beheer van de archiefbescheiden van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen op grond van de desbetreffende departementale regelgeving;
e. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein met uitzondering van die besluiten die door een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of het diensthoofd zijn genomen, voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald;
f. het inschakelen van de Landsadvocaat voor ondersteuning en vertegenwoordiging van het Ministerie;
g. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal betreft.
a. het nemen van besluiten op aangelegenheden die de rol van continuïteitsverantwoordelijke betreffen zoals bedoeld in het Mandaatbesluit eigenaarsrol pSG BZK voor zover deze de minister aangaan;
b. het vertegenwoordigen van de bewindspersoon (namens het bestuursorgaan of de Staat) in gerechtelijke procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken;
c. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot aangelegenheden op het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal;
d. het beheer van de archiefbescheiden van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen op grond van de desbetreffende departementale regelgeving;
e. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein met uitzondering van die besluiten die door een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of het diensthoofd zijn genomen, voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald;
f. het inschakelen van de Landsadvocaat voor ondersteuning en vertegenwoordiging van het Ministerie;
g. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal betreft.