BWBR0051576
Geldig vanaf 2025-10-08
Artikel 2.2
Mandaatbesluit VRO 2025
1. Mandaat wordt evenmin verleend met betrekking tot stukken bestemd voor:
a. de Koning;
b. de Raad van Ministers (van het Koninkrijk) en daaruit gevormde onderraden en commissies;
c. de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van uit de Kamers gevormde commissies;
d. een Minister of een Staatssecretaris;
e. de Raad van State (van het Koninkrijk);
f. de Algemene Rekenkamer;
g. buitenlandse autoriteiten, in rang gelijk aan of hoger dan een bewindspersoon.
2. De beperking in het verlenen van mandaat voor de gevallen genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing indien het een stuk betreft van louter informatieve of administratieve aard, dan wel het een aangelegenheid betreft van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang.
a. de Koning;
b. de Raad van Ministers (van het Koninkrijk) en daaruit gevormde onderraden en commissies;
c. de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van uit de Kamers gevormde commissies;
d. een Minister of een Staatssecretaris;
e. de Raad van State (van het Koninkrijk);
f. de Algemene Rekenkamer;
g. buitenlandse autoriteiten, in rang gelijk aan of hoger dan een bewindspersoon.
2. De beperking in het verlenen van mandaat voor de gevallen genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing indien het een stuk betreft van louter informatieve of administratieve aard, dan wel het een aangelegenheid betreft van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang.