BWBR0051576
Geldig vanaf 2025-10-08
Artikel 6.2
Mandaatbesluit VRO 2025
1. Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de directeur in ieder geval betrekking op:
a. het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat der Nederlanden of de minister in gerechtelijke procedures waarbij het organisatieonderdeel is betrokken;
b. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein met uitzondering van die besluiten die door een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur-generaal of de directeur zijn genomen, voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald;
c. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het werkterrein van de directeur betreft.
a. het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat der Nederlanden of de minister in gerechtelijke procedures waarbij het organisatieonderdeel is betrokken;
b. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein met uitzondering van die besluiten die door een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur-generaal of de directeur zijn genomen, voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald;
c. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het werkterrein van de directeur betreft.