BWBR0050569
Geldig vanaf 2025-04-14
Artikel 5
Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting
1. Een aanvraag voor een subsidie heeft betrekking op één bouwproject.
2. Een bouwproject kan betrekking hebben op meerdere vestigingen van een bevoegd gezag, of vestigingen van verschillende bevoegde gezagsorganen. In dat laatste geval wordt de subsidie overeenkomstig het achtste lid aangevraagd door een penvoerder.
3. Een aanvraag voor een subsidie heeft betrekking op deelname aan één van de drie leerlabs:
a. leerlab 1: ‘Parametrisch bouwen’ dat zich richt op het toewerken naar een bouwstandaard voor het realiseren van geüniformeerde scholenbouw waarbij gebruik wordt gemaakt van een parametrisch basismodel en met een focus op passiefbouw;
b. leerlab 2: ‘Processen en procedures’ dat zich richt op het beter en sneller doorlopen van processen en procedures met een focus op biobased en natuurinclusief bouwen; of
c. leerlab 3: ‘Inclusieve scholen’ dat zich richt op het toepassen en wetenschappelijk onderzoeken van inclusieve maatregelen.
4. Een aanvraag voor subsidie voor deelname aan leerlab 1 en 2 kan uitsluitend worden ingediend als het bouwproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd onderdeel vormt van een bundel.
5. Als het bouwproject onderdeel is van een bundel kan het bevoegd gezag voor maximaal twee bouwprojecten binnen een bundel subsidie aanvragen, waarbinnen twee of drie gemeenten participeren.
6. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de DUS-I.
7. Een aanvraag bevat in afwijking van de Kaderregelingten minste:
a. het Brin-nummer met vestigingserkenning-code van de binnen het bouwproject betrokken schoolvestigingen en de bijbehorende adresgegevens;
b. een korte omschrijving van het bouwproject, waarbij in ieder geval wordt vermeld of sprake is van vervangende nieuwbouw of renovatie, alsmede voor welk type onderwijs het betreffende bouwproject wordt gerealiseerd;
c. een vermelding van het leerlab waar de subsidieaanvraag op is gericht;
d. een door een erkend deskundige afgegeven geldig energielabel van het te renoveren of te vervangen schoolgebouw ten behoeve waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
e. een door een erkend deskundige opgestelde bouwkundige rapportage conform NEN 2767 van het te renoveren of te vervangen schoolgebouw;
f. een bewijs van deelname aan het gesprek, bedoeld in artikel 6, eerste lid;
g. indien sprake is van renovatie, een document waaruit het oorspronkelijke bouwjaar van het te renoveren schoolgebouw blijkt, indien het bouwjaar niet juist is geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen;
h. indien sprake is van een dislocatie waarbij de leerlingen staan ingeschreven op een andere vestiging dan de binnen het bouwproject betrokken schoolvestiging, wordt het aantal geprognosticeerde leerlingen op de dislocatie doorgegeven en het Brin-nummer met vestigingserkenning-code van de vestiging waarop de leerlingen ingeschreven staan. Het door aanvrager opgegeven aantal leerlingen op de dislocatie mag niet hoger zijn dan het aantal leerlingen, als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, van deze vestiging;
i. indien sprake is van een vestiging binnen het voortgezet onderwijs, waarvan niet alle leerlingen van deze vestiging in het te renoveren of nieuw te bouwen schoolgebouw worden gehuisvest, wordt het geprognotiseerde aantal van deze leerlingen doorgegeven en het Brin-nummer met vestigingserkenning-code van de vestiging waarop de leerlingen ingeschreven staan. Het door aanvrager opgeven aantal leerlingen mag niet hoger zijn dan het aantal leerlingen, als bedoeld in artikel 10, derde lid, van deze vestiging;
j. indien de gemeente als bouwheer optreedt, een afschrift van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag en de gemeente als bouwheer ter uitvoering van het bouwproject, waarbij de samenwerkingsovereenkomst in elk geval afspraken bevat over de medewerking van de gemeente als bouwheer van het bouwproject aan de uitvoering van het bouwproject en de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen, bedoeld in artikel 12, eerste, tweede en zesde lid, en voor zover van toepassing artikel 13, eerste lid, onderdelen a, b, c, d en e, artikel 14, eerste lid, onderdelen a, b, c en d en artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b;
k. indien sprake is van vervangende nieuwbouw of renovatie, voor zover de kosten voor renovatie deels dan wel geheel voor rekening van de gemeente komen, een verklaring van het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gemeente zich heeft gecommitteerd aan de aanvraag van de subsidie en dat het bouwproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd als voorziening is opgenomen in het programma voor huisvestingsvoorzieningen, bedoeld in artikel 95 van de WPO, artikel 6.5 van de WVO 2020 of artikel 93 van de WEC of een verklaring anderszins waaruit blijkt dat de financiering voor het bouwproject door de gemeente is toegezegd;
l. indien sprake is van renovatie en voor zover de kosten voor renovatie deels dan wel geheel voor rekening van het bevoegd gezag komen, een verklaring van het bevoegd gezag waarin financiering wordt toegezegd voor deze kosten;
m. indien sprake is van doordecentralisatie van huisvestingstaken als bedoeld in artikel 111 van de WPO, artikel 6.21 van de WVO 2020 of artikel 109 van de WEC, een verklaring van het bevoegd gezag waarin financiering uit de structurele doordecentralisatievergoeding wordt toegezegd voor de kosten bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdeel d;
n. indien een groei van het leerlingenaantal in het speciaal onderwijs wordt verwacht het verwachte aantal leerlingen in 2039, bedoeld in artikel 10, vierde lid.
8. Indien een bouwproject door meerdere bevoegde gezagsorganen wordt uitgevoerd, treedt één van deze partijen als penvoerder op. De subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welk bevoegd gezag feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden. Bij de aanvraag wordt een door alle in het bouwproject vertegenwoordigde bevoegde gezagsorganen getekende overeenkomst gevoegd waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording op verzoek aan de aanvrager worden verstrekt.
9. Een aanvraag voor de subsidie wordt ingediend in de periode van 1 mei 2025, 9:00 uur tot 30 juni 2025, 23:59 uur.
10. Aanvragen die buiten het aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.
2. Een bouwproject kan betrekking hebben op meerdere vestigingen van een bevoegd gezag, of vestigingen van verschillende bevoegde gezagsorganen. In dat laatste geval wordt de subsidie overeenkomstig het achtste lid aangevraagd door een penvoerder.
3. Een aanvraag voor een subsidie heeft betrekking op deelname aan één van de drie leerlabs:
a. leerlab 1: ‘Parametrisch bouwen’ dat zich richt op het toewerken naar een bouwstandaard voor het realiseren van geüniformeerde scholenbouw waarbij gebruik wordt gemaakt van een parametrisch basismodel en met een focus op passiefbouw;
b. leerlab 2: ‘Processen en procedures’ dat zich richt op het beter en sneller doorlopen van processen en procedures met een focus op biobased en natuurinclusief bouwen; of
c. leerlab 3: ‘Inclusieve scholen’ dat zich richt op het toepassen en wetenschappelijk onderzoeken van inclusieve maatregelen.
4. Een aanvraag voor subsidie voor deelname aan leerlab 1 en 2 kan uitsluitend worden ingediend als het bouwproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd onderdeel vormt van een bundel.
5. Als het bouwproject onderdeel is van een bundel kan het bevoegd gezag voor maximaal twee bouwprojecten binnen een bundel subsidie aanvragen, waarbinnen twee of drie gemeenten participeren.
6. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de DUS-I.
7. Een aanvraag bevat in afwijking van de Kaderregelingten minste:
a. het Brin-nummer met vestigingserkenning-code van de binnen het bouwproject betrokken schoolvestigingen en de bijbehorende adresgegevens;
b. een korte omschrijving van het bouwproject, waarbij in ieder geval wordt vermeld of sprake is van vervangende nieuwbouw of renovatie, alsmede voor welk type onderwijs het betreffende bouwproject wordt gerealiseerd;
c. een vermelding van het leerlab waar de subsidieaanvraag op is gericht;
d. een door een erkend deskundige afgegeven geldig energielabel van het te renoveren of te vervangen schoolgebouw ten behoeve waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
e. een door een erkend deskundige opgestelde bouwkundige rapportage conform NEN 2767 van het te renoveren of te vervangen schoolgebouw;
f. een bewijs van deelname aan het gesprek, bedoeld in artikel 6, eerste lid;
g. indien sprake is van renovatie, een document waaruit het oorspronkelijke bouwjaar van het te renoveren schoolgebouw blijkt, indien het bouwjaar niet juist is geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen;
h. indien sprake is van een dislocatie waarbij de leerlingen staan ingeschreven op een andere vestiging dan de binnen het bouwproject betrokken schoolvestiging, wordt het aantal geprognosticeerde leerlingen op de dislocatie doorgegeven en het Brin-nummer met vestigingserkenning-code van de vestiging waarop de leerlingen ingeschreven staan. Het door aanvrager opgegeven aantal leerlingen op de dislocatie mag niet hoger zijn dan het aantal leerlingen, als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, van deze vestiging;
i. indien sprake is van een vestiging binnen het voortgezet onderwijs, waarvan niet alle leerlingen van deze vestiging in het te renoveren of nieuw te bouwen schoolgebouw worden gehuisvest, wordt het geprognotiseerde aantal van deze leerlingen doorgegeven en het Brin-nummer met vestigingserkenning-code van de vestiging waarop de leerlingen ingeschreven staan. Het door aanvrager opgeven aantal leerlingen mag niet hoger zijn dan het aantal leerlingen, als bedoeld in artikel 10, derde lid, van deze vestiging;
j. indien de gemeente als bouwheer optreedt, een afschrift van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag en de gemeente als bouwheer ter uitvoering van het bouwproject, waarbij de samenwerkingsovereenkomst in elk geval afspraken bevat over de medewerking van de gemeente als bouwheer van het bouwproject aan de uitvoering van het bouwproject en de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen, bedoeld in artikel 12, eerste, tweede en zesde lid, en voor zover van toepassing artikel 13, eerste lid, onderdelen a, b, c, d en e, artikel 14, eerste lid, onderdelen a, b, c en d en artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b;
k. indien sprake is van vervangende nieuwbouw of renovatie, voor zover de kosten voor renovatie deels dan wel geheel voor rekening van de gemeente komen, een verklaring van het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de gemeente zich heeft gecommitteerd aan de aanvraag van de subsidie en dat het bouwproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd als voorziening is opgenomen in het programma voor huisvestingsvoorzieningen, bedoeld in artikel 95 van de WPO, artikel 6.5 van de WVO 2020 of artikel 93 van de WEC of een verklaring anderszins waaruit blijkt dat de financiering voor het bouwproject door de gemeente is toegezegd;
l. indien sprake is van renovatie en voor zover de kosten voor renovatie deels dan wel geheel voor rekening van het bevoegd gezag komen, een verklaring van het bevoegd gezag waarin financiering wordt toegezegd voor deze kosten;
m. indien sprake is van doordecentralisatie van huisvestingstaken als bedoeld in artikel 111 van de WPO, artikel 6.21 van de WVO 2020 of artikel 109 van de WEC, een verklaring van het bevoegd gezag waarin financiering uit de structurele doordecentralisatievergoeding wordt toegezegd voor de kosten bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdeel d;
n. indien een groei van het leerlingenaantal in het speciaal onderwijs wordt verwacht het verwachte aantal leerlingen in 2039, bedoeld in artikel 10, vierde lid.
8. Indien een bouwproject door meerdere bevoegde gezagsorganen wordt uitgevoerd, treedt één van deze partijen als penvoerder op. De subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welk bevoegd gezag feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden. Bij de aanvraag wordt een door alle in het bouwproject vertegenwoordigde bevoegde gezagsorganen getekende overeenkomst gevoegd waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording op verzoek aan de aanvrager worden verstrekt.
9. Een aanvraag voor de subsidie wordt ingediend in de periode van 1 mei 2025, 9:00 uur tot 30 juni 2025, 23:59 uur.
10. Aanvragen die buiten het aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.