BWBR0050569
Geldig vanaf 2025-04-14
Artikel 13
Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting
1. Aan de verlening van een subsidie zijn, onverminderd artikel 12, ten aanzien van leerlab 1 de volgende aanvullende verplichtingen verbonden:
a. subsidieontvanger stelt informatie, kennis en expertise beschikbaar aan partnergemeenten en partnerschoolbesturen binnen de bundel;
b. de subsidieontvangers zorgt ervoor dat de bouwprojecten binnen een bundel geclusterd worden aanbesteed;
c. de subsidieontvanger zorgt ervoor dat vervangende nieuwbouw wordt ontworpen aan de hand van het parametrisch basismodel dat door de minister tijdig beschikbaar wordt gesteld;
d. de subsidieontvanger zorgt ervoor dat de bouwactiviteiten die onderdeel uitmaken van het bouwproject uiterlijk op 1 oktober 2028 starten en uiterlijk op 1 oktober 2030 zijn afgerond; en
e. de subsidieontvanger besteedt het bouwproject aan op basis van een geïntegreerd contract waarin minimaal het ontwerp en de uitvoering worden gecombineerd.
2. De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien de geclusterde aanbesteding geen of geen geschikte inschrijving heeft opgeleverd.
3. De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de in het eerste lid, onderdeel d, genoemde uiterlijke startdatum en de termijn waarin het bouwproject moet zijn afgerond verleggen respectievelijk verlengen.
a. subsidieontvanger stelt informatie, kennis en expertise beschikbaar aan partnergemeenten en partnerschoolbesturen binnen de bundel;
b. de subsidieontvangers zorgt ervoor dat de bouwprojecten binnen een bundel geclusterd worden aanbesteed;
c. de subsidieontvanger zorgt ervoor dat vervangende nieuwbouw wordt ontworpen aan de hand van het parametrisch basismodel dat door de minister tijdig beschikbaar wordt gesteld;
d. de subsidieontvanger zorgt ervoor dat de bouwactiviteiten die onderdeel uitmaken van het bouwproject uiterlijk op 1 oktober 2028 starten en uiterlijk op 1 oktober 2030 zijn afgerond; en
e. de subsidieontvanger besteedt het bouwproject aan op basis van een geïntegreerd contract waarin minimaal het ontwerp en de uitvoering worden gecombineerd.
2. De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien de geclusterde aanbesteding geen of geen geschikte inschrijving heeft opgeleverd.
3. De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de in het eerste lid, onderdeel d, genoemde uiterlijke startdatum en de termijn waarin het bouwproject moet zijn afgerond verleggen respectievelijk verlengen.