BWBR0050569
Geldig vanaf 2025-04-14
Artikel 12
Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting
1. De subsidieontvanger treft maatregelen om te komen tot een duurzaam en gezond schoolgebouw, zijnde respectievelijk ENG en Programma van Eisen Frisse Scholen 2021 klasse B voor de aspecten lucht en temperatuur, alsmede om te komen tot een inclusief en adaptief schoolgebouw.
2. De subsidieontvangerzorgt ervoor dat per bouwproject ten minste één vertegenwoordiger namens de bouwheer deelneemt aan de bijeenkomsten in het leerlab.
3. De subsidieontvanger informeert de minister op verzoek over de jaarlijkse voortgang van de activiteiten waarvoor de subsidie, bedoeld in artikel 4, is verstrekt.
4. De subsidieontvanger werkt mee aan de monitoring- en effectstudie van het programma en stelt de daarvoor benodigde gegevens, alsmede de gegevens ten behoeve van de ontwikkeling van de open standaarden aan het programmabureau beschikbaar.
5. De subsidieontvanger informeert de minister onverwijld, schriftelijk en onder overlegging van de relevante stukken, indien:
a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht;
b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de subsidie zal worden voldaan; of
c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.
6. De subsidieontvanger past ten minste één productinnovatie toe met een TRL-score 5–7 passend binnen de focus van het leerlab waaraan de subsidieontvanger deelneemt.
7. De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister medewerking aan een evaluatieonderzoek.
8. Indien de gemeente als bouwheer optreedt draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat deze gemeente als bouwheer zich inspant om te voldoen aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in het eerste, tweede en zesde lid, en voor zover van toepassing artikel 13, eerste lid, onderdelen a, b, c,d en e, artikel 14, eerste lid, onderdelen a, b, c en den artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b.
2. De subsidieontvangerzorgt ervoor dat per bouwproject ten minste één vertegenwoordiger namens de bouwheer deelneemt aan de bijeenkomsten in het leerlab.
3. De subsidieontvanger informeert de minister op verzoek over de jaarlijkse voortgang van de activiteiten waarvoor de subsidie, bedoeld in artikel 4, is verstrekt.
4. De subsidieontvanger werkt mee aan de monitoring- en effectstudie van het programma en stelt de daarvoor benodigde gegevens, alsmede de gegevens ten behoeve van de ontwikkeling van de open standaarden aan het programmabureau beschikbaar.
5. De subsidieontvanger informeert de minister onverwijld, schriftelijk en onder overlegging van de relevante stukken, indien:
a. aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht;
b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de subsidie zal worden voldaan; of
c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.
6. De subsidieontvanger past ten minste één productinnovatie toe met een TRL-score 5–7 passend binnen de focus van het leerlab waaraan de subsidieontvanger deelneemt.
7. De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister medewerking aan een evaluatieonderzoek.
8. Indien de gemeente als bouwheer optreedt draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat deze gemeente als bouwheer zich inspant om te voldoen aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in het eerste, tweede en zesde lid, en voor zover van toepassing artikel 13, eerste lid, onderdelen a, b, c,d en e, artikel 14, eerste lid, onderdelen a, b, c en den artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b.