BWBR0050569
Geldig vanaf 2025-04-14
Artikel 10
Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting
1. Het subsidiebedrag bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag.
2. Het vaste bedrag bedraagt:
a. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs of praktijkonderwijs € 571.284,–;
b. voor renovatie ten behoeve van het primair onderwijs of praktijkonderwijs € 539.023,–;
c. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van praktijkonderwijs € 2.184.955,–; en
d. voor renovatie ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van praktijkonderwijs € 2.181.617,–.
3. Het variabele bedrag wordt berekend door het door DUO geprognotiseerd aantal leerlingen in 2039 op de desbetreffende vestiging in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs, te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling. Hierbij wordt uitgegaan van de prognoses met peildatum 1 oktober 2023, zoals gepubliceerd op 30 april 2024 op de website van DUO.
4. In afwijking van het derde lid wordt het variabele bedrag ten behoeve van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs berekend met het aantal ingeschreven leerlingen op peildatum 1 februari 2024 op de desbetreffende vestiging, met dien verstande dat bij verwachte groei van het leerlingenaantal in het speciaal onderwijs gebruik wordt gemaakt van het door de aanvrager te verwachtte aantal leerlingen in 2039 met een maximum van groei van het aantal leerlingen van 25% ten opzichte van het aantal leerlingen op voornoemde peildatum.
5. Het bedrag per leerling bedraagt:
a. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs € 4.565,– per leerling;
b. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het speciaal basisonderwijs € 8.608,– per leerling;
c. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs € 12.782,– per leerling;
d. voor renovatie ten behoeve van het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs € 4.307,– per leerling;
e. voor renovatie ten behoeve van het speciaal basisonderwijs € 8.122,– per leerling;
f. voor renovatie ten behoeve van het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs € 12.060,– per leerling;
g. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het voortgezet onderwijs voor vwo, havo, vmbo of praktijkonderwijs, € 9.905,– per leerling; en
h. voor renovatie ten behoeve van het voortgezet onderwijs voor vwo, havo, vmbo of praktijkonderwijs € 9.890,– per leerling.
2. Het vaste bedrag bedraagt:
a. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs of praktijkonderwijs € 571.284,–;
b. voor renovatie ten behoeve van het primair onderwijs of praktijkonderwijs € 539.023,–;
c. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van praktijkonderwijs € 2.184.955,–; en
d. voor renovatie ten behoeve van het voortgezet onderwijs met uitzondering van praktijkonderwijs € 2.181.617,–.
3. Het variabele bedrag wordt berekend door het door DUO geprognotiseerd aantal leerlingen in 2039 op de desbetreffende vestiging in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs, te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling. Hierbij wordt uitgegaan van de prognoses met peildatum 1 oktober 2023, zoals gepubliceerd op 30 april 2024 op de website van DUO.
4. In afwijking van het derde lid wordt het variabele bedrag ten behoeve van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs berekend met het aantal ingeschreven leerlingen op peildatum 1 februari 2024 op de desbetreffende vestiging, met dien verstande dat bij verwachte groei van het leerlingenaantal in het speciaal onderwijs gebruik wordt gemaakt van het door de aanvrager te verwachtte aantal leerlingen in 2039 met een maximum van groei van het aantal leerlingen van 25% ten opzichte van het aantal leerlingen op voornoemde peildatum.
5. Het bedrag per leerling bedraagt:
a. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs € 4.565,– per leerling;
b. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het speciaal basisonderwijs € 8.608,– per leerling;
c. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs € 12.782,– per leerling;
d. voor renovatie ten behoeve van het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs € 4.307,– per leerling;
e. voor renovatie ten behoeve van het speciaal basisonderwijs € 8.122,– per leerling;
f. voor renovatie ten behoeve van het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs € 12.060,– per leerling;
g. voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het voortgezet onderwijs voor vwo, havo, vmbo of praktijkonderwijs, € 9.905,– per leerling; en
h. voor renovatie ten behoeve van het voortgezet onderwijs voor vwo, havo, vmbo of praktijkonderwijs € 9.890,– per leerling.