BWBR0050428
Geldig vanaf 2024-11-19
Artikel 9
Regeling subsidie proeftuinen Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming
1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2025 ten hoogste € 5.000.000 beschikbaar en is in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2026 ten hoogste € 3.000.000 beschikbaar.
2. De Minister verdeelt het bedrag dat beschikbaar is in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2025 naar evenredigheid over het aantal voor die periode toegewezen aanvragen, nadat op al die aanvragen is beslist. De Minister verdeelt het bedrag dat beschikbaar is in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2026 naar evenredigheid over het aantal voor die periode toegewezen aanvragen en wijzigingsaanvragen, nadat op al die aanvragen is beslist.
3. De Minister kan per aanvrager die in aanmerking komt voor subsidie één subsidie verstrekken van ten hoogste € 1.000.000, waarvan ten hoogste € 500.000 wordt verstrekt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2025 en ten hoogste € 500.000 wordt verstrekt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2026.
2. De Minister verdeelt het bedrag dat beschikbaar is in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2025 naar evenredigheid over het aantal voor die periode toegewezen aanvragen, nadat op al die aanvragen is beslist. De Minister verdeelt het bedrag dat beschikbaar is in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2026 naar evenredigheid over het aantal voor die periode toegewezen aanvragen en wijzigingsaanvragen, nadat op al die aanvragen is beslist.
3. De Minister kan per aanvrager die in aanmerking komt voor subsidie één subsidie verstrekken van ten hoogste € 1.000.000, waarvan ten hoogste € 500.000 wordt verstrekt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2025 en ten hoogste € 500.000 wordt verstrekt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2026.