BWBR0050428
Geldig vanaf 2024-11-19
Artikel 2
Regeling subsidie proeftuinen Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming
1. De Minister kan subsidie verstrekken aan de rechtspersonen die aan een regionaal verband deelnemen voor activiteiten die zij voor dat verband verrichten en die tot doel hebben:
a. het beproeven en doorontwikkelen van de werkwijze Toekomstscenario, waarin wordt samengewerkt aan de veiligheid van gezinnen en huishoudens en waarbij: 1°. wordt gewerkt volgens de vier basisprincipes: gezinsgericht, rechtsbeschermend én transparant, eenvoudig en lerend;
2°. op een integrale, systeemgerichte manier vanuit het bijbehorende vakmanschap;
3°. door lokale teams en een netwerk van specialisten met kennis van kinderen, volwassenen en specifieke uitingsvormen van geweld, waar nodig ondersteund door een regionaal veiligheidsteam, samenwerken, samen leren en een beroep kunnen doen op een expertiseplatform.
1°. wordt gewerkt volgens de vier basisprincipes: gezinsgericht, rechtsbeschermend én transparant, eenvoudig en lerend;
2°. op een integrale, systeemgerichte manier vanuit het bijbehorende vakmanschap;
3°. door lokale teams en een netwerk van specialisten met kennis van kinderen, volwassenen en specifieke uitingsvormen van geweld, waar nodig ondersteund door een regionaal veiligheidsteam, samenwerken, samen leren en een beroep kunnen doen op een expertiseplatform.
b. het bijdragen aan de landelijke ontwikkeling van de werkwijze Toekomstscenario door: 1°. het delen van opbrengsten en geleerde lessen;
2°. het leveren van een actieve bijdrage aan landelijke ontwikkelgroepen; en
3°. deelname aan landelijk georganiseerde monitoring en onderzoek.
1°. het delen van opbrengsten en geleerde lessen;
2°. het leveren van een actieve bijdrage aan landelijke ontwikkelgroepen; en
3°. deelname aan landelijk georganiseerde monitoring en onderzoek.
2. De Minister verstrekt geen subsidie voor activiteiten, bedoeld in het eerste lid, die worden verricht door de raad voor de kinderbescherming.
a. het beproeven en doorontwikkelen van de werkwijze Toekomstscenario, waarin wordt samengewerkt aan de veiligheid van gezinnen en huishoudens en waarbij: 1°. wordt gewerkt volgens de vier basisprincipes: gezinsgericht, rechtsbeschermend én transparant, eenvoudig en lerend;
2°. op een integrale, systeemgerichte manier vanuit het bijbehorende vakmanschap;
3°. door lokale teams en een netwerk van specialisten met kennis van kinderen, volwassenen en specifieke uitingsvormen van geweld, waar nodig ondersteund door een regionaal veiligheidsteam, samenwerken, samen leren en een beroep kunnen doen op een expertiseplatform.
1°. wordt gewerkt volgens de vier basisprincipes: gezinsgericht, rechtsbeschermend én transparant, eenvoudig en lerend;
2°. op een integrale, systeemgerichte manier vanuit het bijbehorende vakmanschap;
3°. door lokale teams en een netwerk van specialisten met kennis van kinderen, volwassenen en specifieke uitingsvormen van geweld, waar nodig ondersteund door een regionaal veiligheidsteam, samenwerken, samen leren en een beroep kunnen doen op een expertiseplatform.
b. het bijdragen aan de landelijke ontwikkeling van de werkwijze Toekomstscenario door: 1°. het delen van opbrengsten en geleerde lessen;
2°. het leveren van een actieve bijdrage aan landelijke ontwikkelgroepen; en
3°. deelname aan landelijk georganiseerde monitoring en onderzoek.
1°. het delen van opbrengsten en geleerde lessen;
2°. het leveren van een actieve bijdrage aan landelijke ontwikkelgroepen; en
3°. deelname aan landelijk georganiseerde monitoring en onderzoek.
2. De Minister verstrekt geen subsidie voor activiteiten, bedoeld in het eerste lid, die worden verricht door de raad voor de kinderbescherming.