BWBR0050428
Geldig vanaf 2024-11-19
Artikel 14
Regeling subsidie proeftuinen Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming
1. De Minister kan de termijn, bedoeld in artikel 12, eerste lid, verlengen met maximaal drie maanden, indien de penvoerder of de betreffende subsidieontvanger een daartoe voldoende gemotiveerd verzoek ten minste vier weken voor het einde van die termijn indient.
2. Een verzoek tot verlenging wordt slechts ingewilligd indien er sprake is van onvoorziene of andere bijzondere omstandigheden die hebben geleid tot vertraging in de uitvoering van de subsidiabele activiteiten en het niet toewijzen van het verzoek zou leiden tot onevenredige gevolgen voor de subsidieontvanger, mits de verzoeker het voorgaande voldoende schriftelijk kan aantonen en onderbouwen.
3. Indien het verzoek tot verlenging wordt ingewilligd, wordt de beschikking tot subsidieverlening zodanig gewijzigd dan wel aangevuld dat daarin de uiterste datum voor verantwoording, bedoeld in artikel 13, met dezelfde duur wordt verlengd, als wordt toegestaan op grond van het eerste lid.
2. Een verzoek tot verlenging wordt slechts ingewilligd indien er sprake is van onvoorziene of andere bijzondere omstandigheden die hebben geleid tot vertraging in de uitvoering van de subsidiabele activiteiten en het niet toewijzen van het verzoek zou leiden tot onevenredige gevolgen voor de subsidieontvanger, mits de verzoeker het voorgaande voldoende schriftelijk kan aantonen en onderbouwen.
3. Indien het verzoek tot verlenging wordt ingewilligd, wordt de beschikking tot subsidieverlening zodanig gewijzigd dan wel aangevuld dat daarin de uiterste datum voor verantwoording, bedoeld in artikel 13, met dezelfde duur wordt verlengd, als wordt toegestaan op grond van het eerste lid.