Artikel 1
Begripsbepalingen ... [Regeling vervallen per 01-01-2026] In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder: 1.1 (Medische) vervolgopleidingen De (medische) vervolgopleidingen waarop deze beleidsregel van toepassing is, zijn te verdelen in twee categorieën: • Vervolgopleidingen tot (medisch) specialist; • Ziekenhuisopleidingen en/of Entrustable Professional Activities (EPA’s) en/of EPA-overstijgende leeractiviteiten (EOL) als genoemd in artikel 1.3 en/of 1.4. 1.2 Vervolgopleidingen tot (medisch) specialist De vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zijn: a. De 28 erkende medisch specialismen: anesthesiologie, cardiologie, cardio-thoracale chirurgie, dermatologie en venerologie, heelkunde, interne geneeskunde, keel-neus-oorheelkunde, kindergeneeskunde, klinische genetica, klinische geriatrie, longziekten en tuberculose, maag-darm-leverziekten, medische microbiologie, neurochirurgie, neurologie, obstetrie en gynaecologie, oogheelkunde, orthopedie, pathologie, plastische chirurgie, psychiatrie, radiologie, radiotherapie, reumatologie, revalidatiegeneeskunde, SEH-arts, sportgeneeskunde en urologie; b. De technische zorg specialismen: klinische chemie, klinische fysica en ziekenhuisfarmacie; c. De tandheelkundige specialismen: orthodontie en kaakchirurgie; d. De overige specialismen: arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts, specialist ouderengeneeskunde en verslavingsarts; e. Gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut; f. Klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog; g. Verpleegkundig specialist in de ggz. 1.3 Ziekenhuisopleidingen De vervolgopleidingen tot gespecialiseerd verpleegkundige en medisch ondersteunend personeel zijn: a. Deskundige infectiepreventie, gipsverbandmeester en gespecialiseerd verpleegkundigen, te weten: IC-verpleegkundige, IC-neonatologieverpleegkundige, IC-kinderverpleegkundige, kinderverpleegkundige, dialyseverpleegkundige, oncologieverpleegkundige 1 , SEH-verpleegkundige en obstetrie-verpleegkundige; b. Operatieassistent, anesthesiemedewerker, radiodiagnostisch laborant, radiotherapeutisch laborant en klinisch perfusionist. c. cardiaccareverpleegkundige, mediumcareverpleegkundige, recoveryverpleegkundige, highcare-neonatologieverpleegkundige, highcare-kinderverpleegkundige, dialyse assistent, geriatrieverpleegkundige, neuroverpleegkundige, endoscopieverpleegkundige, medewerker operatieve zorg, sedatiepraktijkspecialist, medewerker interventiecardiologie. 1.4 EPA en EOL Eén EPA of EOL is een leereenheid (module) van flexibele ziekenhuisopleidingen. Cluster acute zorg Functie-overstijgende modules: AZ-FO-1 (BAZ), AZ-FO-2 (BAZ), AZ-FO-3 (BAZ), AZ-FO-4 (BAZ), AZ-FO-5, AZ-FO-6, AZ-FO-7, AZ-FO-8, AZ-FO-9, AZ-FO-10, AZ-FO-11, AZ-FO-12, AZ-FO-13 Kern modules en specifieke modules per opleiding: • -Cardiaccareverpleegkundige: AZ-CCU-1, AZ-CCU-2, AZ-CCU-3, AZ-CCU-4, AZ-CCU-5, AZ-CCU-6, AZ-CCU-EOL-1 • -Intensivecareverpleegkundige: AZ-IC-1, AZ-IC-2, AZ-IC-3, AZ-IC-4, AZ-IC-5, AZ-IC-6, AZ-IC-EOL-1 • -Mediumcareverpleegkundige: AZ-MC-1, AZ-MC-EOL-1 • -Recoveryverpleegkundige: AZ-REC-1, AZ-REC-2, AZ-REC-3, AZ-REC-4, AZ-REC-5, AZ-REC-6, AZ-REC-EOL-1 • -Spoedeisendehulpverpleegkundige: AZ-SEH-1, AZ-SEH-2, AZ-SEH-3, AZ-SEH-4, AZ-SEH-5, AZ-SEH-EOL-1 Cluster moeder en kind Functie-overstijgende modules: MK-FO-1, MK-FO-2, MK-FO-3, MK-FO-4 Kern modules en specifieke modules per opleiding: • -Highcare-kinderverpleegkundige: MK-HC-IC-K-1, MK-HC-IC-K-2, MK-HC-IC-K-3, MK-HC-K-EOL-1 • -Highcare-neonatologieverpleegkundige: MK-HC-IC-N-1, MK-HC-IC-N-2, MK-HC-IC-N-3, MK-HC-N-EOL-1 • -Intensivecare-kinderverpleegkundige: MK-IC-K-1, MK-IC-K-2, MK-HC-IC-K-1, MK-HC-IC-K-2, MK-HC-IC-K-3, MK-IC-K-EOL-1 • -Intensivecare-neonatologieverpleegkundige: MK-IC-N-1, MK-IC-N-2, MK-HC-IC-N-1, MK-HC-IC-N-2, MK-HC-IC-N-3, MK-IC-N-EOL-1 • -Kinderverpleegkundige: MK-KIN-1, MK-KIN-2, MK-KIN-3, MK-KIN-4, MK-KIN-5, MK-KIN-6, MK-KIN-EOL-1 • -Obstetrieverpleegkundige: MK-OBS-1, MK-OBS-2, MK-OBS-3, MK-OBS-4, MK-OBS-5, MK-OBS-6, MK-OBS-7, MK-OBS-8, MK-OBS-EOL-1 Cluster langdurige zorg Functie-overstijgende modules: LZ-FO-1, LZ-FO-2, LZ-FO-3, LZ-FO-4, LZ-FO-5, LZ-FO-6 Kern modules en specifieke modules per opleiding: • -Geriatrieverpleegkundige: LZ-GER-1, LZ-GER-2, LZ-GER-3, LZ-GER-EOL-1 • -Neuroverpleegkundige: LZ-NEU-1, LZ-NEU-2, LZ-NEU-3, LZ-NEU-EOL-1 • -Oncologieverpleegkundige: LZ-ONCO-1, LZ-ONCO-EOL-1 Hieronder valt ook de opleiding tot kinderoncologieverpleegkundige uit het cluster moeder en kind: MK-KO-1, MK-KO-EOL-1 • -Endoscopieverpleegkundige: LZ-END-1, LZ-END-2, LZ-END-3, LZ-END-4, LZ-END-5, LZ-END-6, LZ-END-EOL-1 • -Dialyseverpleegkundige: LZ-DIA-1, LZ-DIA-2, LZ-DIA-3, LZ-DIA-4, LZ-DIA-5, LZ-DIA-6, LZ-DIA-7, LZ-DIA-8, LZ-DIA-EOL-1 • -Dialyse-assistent: LZ-DIA-1, LZ-DIAA-EOL-1 Cluster medisch ondersteunende opleidingen Functie-overstijgende modules: MO-FO-1, MO-FO-2 Kern modules en specifieke modules per opleiding: • Medewerker operatieve zorg: MO-MOZ-1, MO-MOZ-2, MO-MOZ-3, MO-OA-MOZ-1, MO-OA-MOZ-2, MO-OA-MOZ-3, MO-OA-MOZ-4, MO-OA-MOZ-5, MO-OA-MOZ-6, MO-OA-MOZ-7, MO-OA-MOZ-8, MO-MOZ-EOL-1 • Operatieassistent: MO-OA-MOZ-1, MO-OA-MOZ-2, MO-OA-MOZ-3, MO-OA-MOZ-4, MO-OA-MOZ-5, MO-OA-MOZ-6, MO-OA-MOZ-7, MO-OA-MOZ-8, MO-OA-1, MO-OA-2, MO-OA-3, MO-OA-4, MO-OA-5, MO-OA-6, MO-OA-7, MO-OA-8, MO-OA-9, MO-OA-10, MO-OA-11, MO-OA-12, MO-OA-EOL-1 • Anesthesiemedewerker: MO-AM-1, MO-AM-2, MO-AM-3, MO-AM-4, MO-AM-5, MO-AM-6, MO-AM-7, MO-AM-8, MO-AM-9, MO-AM-10, MO-AM-11, MO-AM-12, MO-AM-13, MO-AM-14, MO-AM-15, MO-AM-16, MO-AM-17, MO-AM-18, MO-AM-19, MO-AM 20, MO-AM-21, MO-AM-22, MO-AM-23, MO-AM-24, MO-AM-25, MO-AM-26, MO-AM-27, MO-AM-28, MO-AM-29, MO-AM-30, MO-AM-31, MO-AM-32, MO-AM-33, MO-AM-EOL-1 • Sedatiepraktijkspecialist: MO-SPS-1, MO-SPS-2, MO-SPS-3, MO-SPS-4, MO-SPS-5, MO-SPS-6, MO-SPS-EOL-1 • Radiodiagnostisch laborant: MO-RDL-1, MO-RDL-2, MO-RDL-3, MO-RDL-4, MO-RDL-5, MO-RDL-6, MO-RDL-7, MO-RDL-8, MO-RDL-9, MO-RDL-10, MO-RDL-11, MO-RDL-12, MO-RDL-13, MO-RDL-EOL-1, MO-RDL-EOL-SH • Radiotherapeutisch laborant: MO-RTL-1, MO-RTL-2, MO-RTL-3, MO-RTL-4, MO-RTL-5, MO-RTL-6, MO-RTL-7, MO-RTL-8, MO-RTL-9, MO-RTL-10, MO-RTL-EOL-1, MO-RTL-EOL-SH • Gipsverbandmeester: MO-GVM-1, MO-GVM-2, MO-GVM-3, MO-GVM-4, MO-GVM-5, MO-GVM-6, MO-GVM-7, MO-GVM-8, MO-GVM-EOL-1 • Deskundige infectiepreventie: MO-DI-1, MO-DI-2, MO-DI-3, MO-DI-4, MO-DI-5, MO-DI-6, MO-DI-EOL-1 • Medewerker Interventiecardiologie: MO-MIC-1, MO-MIC-2, MO-MIC-3, MO-MIC-4, MO-MIC-5, MO-MIC-6, MO-MIC-7, MO-MIC-8, MO-MIC-9, MO-MIC- 10, MO-MIC-11, MO-MIC-12, MO-MIC-EOL-1 • Klinisch perfusionist: MO-KP-1, MO-KP-2, MO-KP-3, MO-KP-4, MO-KP-5, MO-KP-6, MO-KP-7, MO-KP-EOL-1, MO-KP-EOL-SC 1.5 Opleidende zorgaanbieder De zorgaanbieder die zorg levert als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz) en door de daartoe bevoegde instantie is erkend voor het verzorgen van een (deel van een) (medische) vervolgopleiding. Voor de opleidingen als genoemd in artikel 1.2, sub e wordt met de opleidende zorgaanbieder (praktijkopleidingsinstelling) bedoeld een zorgaanbieder die een samenwerkingsovereenkomst heeft met een door de Minister in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) aangewezen opleidingsinstelling. 1.6 Opleidingsinstelling De instelling die het cursorisch gedeelte verzorgt van de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut of een van hun specialismen en die als zodanig door de Minister in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) is aangewezen of als zodanig door de CRT is erkend. 1.7 Beschikbaarheidbijdrage Bijdrage als bedoeld in artikel 56a Wmg . 1.8 Subsidiabele opleidingsplaats Een opleidingsplaats die in aanmerking komt voor een subsidie. 1.9 Minister Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 1.10 Fte Full time equivalent (voltijdse plaats). 1.11 Startmoment van de opleiding Het startmoment van de opleiding is dat moment waarop de (medisch) specialist in opleiding met zijn opleiding begint. 1.12 Jaar t Jaar t is het lopende subsidiejaar waarin de opleiding plaatsvindt. 1.13 Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa Het Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa omschrijft de uniforme procedure die gehanteerd wordt ten aanzien van de verstrekking van alle beschikbaarheidbijdragen door de NZa. Dit kader is ook van toepassing op de beschikbaarheidbijdrage voor de (medische) vervolgopleidingen. In enkele gevallen geldt een uitzondering op de uniforme procedure. Deze uitzondering staat dan omschreven in deze beleidsregel. 1.13a Gefuseerde zorgaanbieder Opleidende zorgaanbieder die voor of op 1 januari van jaar t, na een juridische fusie als bedoeld in artikel 2:309 van het BW , het vermogen van de andere opleidende zorgaanbieder(s) onder algemene titel verkrijgt of die als nieuwe opleidende zorgaanbieder die bij deze fusie door de opleidende zorgaanbieders samen wordt opgericht, hun vermogen onder algemene titel verkrijgt. Begripsbepalingen vervolgopleiding tot (medisch) specialist Artikel 1.14 tot en met 1.25 beschrijven de begripsbepalingen die van toepassing zijn op de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zoals genoemd in artikel 1.2. 1.14 Opleidingen met een vooropleiding a. Om de opleidingen longziekten en tuberculose, maag-, darm- en leverziekten, cardiologie, klinische geriatrie of reumatologie te mogen volgen, dient de (medisch) specialist in opleiding tevens de vooropleiding interne geneeskunde te volgen. b. Om de opleidingen orthopedie, urologie en plastische chirurgie te mogen volgen, dient de (medisch) specialist in opleiding tevens de vooropleiding heelkunde te volgen. 1.15 Instroomplaats Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die: a. In het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist begint op een subsidiabele opleidingsplaats, of; b. Voorafgaand aan het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen op een niet-subsidiabele opleidingsplaats, maar in jaar t alsnog op een subsidiabele instroomplaats de opleiding vervolgt. 1.16 Doorstroomplaats Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die: a. In een eerder jaar met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen op een subsidiabele instroomplaats of; b. In het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen op een subsidiabele instroomplaats en om inhoudelijke redenen in jaar t doorstroomt naar een andere opleidende zorgaanbieder. 1.17 Instroomjaar Het kalenderjaar (jaar t) waarin de (medisch) specialist in opleiding start met de opleiding op een subsidiabele opleidingsplaats. 1.18 Boventallige (medisch) specialist in opleiding Een boventallige (medisch) specialist in opleiding is iemand die wordt opgeleid voor eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder of voor rekening van derden. Deze (medisch) specialist in opleiding is niet subsidiabel en de zorgaanbieder kan voor deze (medisch) specialist in opleiding geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen. 1.19 Registratiecommissies voor medische specialismen De registratiecommissies voor (medische) specialismen zijn: a. Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG); b. Stichting Opleiding Klinisch Fysicus (OKF); c. Specialisten Registratiecommissie (SRC-ZF) van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP); d. Registratiecommissie van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC); e. Registratiecommissie Tandheelkundig Specialismen (RTS) van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT); f. Commissie Registratie en Toezicht (CRT) van de Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten (FGzPt); g. Registratiecommissie Specialismen Verpleegkunde (RSV) van de Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN). 1.20 Erkennende opleidingsinstituten voor medische specialismen De opleidingsinstituten zijn instituten die erkenningen afgeven aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2. a. De RGS van de KNMG geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub a en d. b. De Stichting OKF geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, klinische fysica. c. De SRC-ZF van de KNMP geeft erkenningen af aan de opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, ziekenhuisfarmacie. d. De Registratiecommissie van de NVKC geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, klinische chemie. e. De RTS van de KNMT geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub c. 1.21 Erkennende opleidingsinstituten voor ggz-opleidingen a. De CRT van de FGzPt geeft erkenningen af aan de opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub f. b. De RSV van V&VN geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub g. 1.22 Werkgevers voor specifieke opleidingen Voor enkele opleidingen geldt dat de (medisch) specialist in opleiding niet in dienst is bij een opleidende zorgaanbieder, maar bij een stichting die verantwoordelijk is voor het gehele proces van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van de opleiding. Deze wordt in deze beleidsregel beschouwd als opleidende zorgaanbieder en is verantwoordelijk voor het gehele proces van aanvragen van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van deze opleidingen. Deze stichtingen zijn: a. SBOH. SBOH is de werkgever van huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, artsen voor verstandelijk gehandicapten en verslavingsartsen in opleiding. b. De Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts (SBOS). De SBOS is de werkgever van sportartsen in opleiding. 1.23 Opleidingsoverzicht Overzicht uit het opleidingsregister van de per opleiding tot (medisch) specialist gerealiseerde opleidingsplaatsen per opleidende zorgaanbieder, uitgesplitst naar instroomplaatsen (medisch) specialist en doorstroomplaatsen (medisch) specialist. 1.24 Gerealiseerde opleidingsplaats Het aantal uren dat de (medisch) specialist in opleiding feitelijk heeft besteed aan zijn opleiding. Hierbij gaan wij uit van de berekening zoals genoemd in artikel 4.3. 1.25 Verdeeloverzicht Overzicht van de verdeling van het maximaal aantal instroomplaatsen en bijbehorende fte voor de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist per specialisme per opleidende zorgaanbieder, zoals bedoeld in onderdeel D van de Bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG . Begripsbepalingen ziekenhuisopleidingen In de artikelen 1.26 tot en met 1.29 zijn de begripsbepalingen beschreven die van toepassing zijn op de ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3. 1.26 Gediplomeerde Natuurlijk persoon die vóór 1 januari 2025 is gestart met een ziekenhuisopleiding als genoemd in artikel 1.3 sub a en b en met goed gevolg een volledige ziekenhuisopleiding heeft voltooid bij een erkende opleidende zorgaanbieder en een diploma heeft van het CZO. Dit betreft alle ziekenhuisopleidingen. 1.27 Registratiecommissie voor ziekenhuisopleidingen De registratiecommissie voor ziekenhuisopleidingen is het College Zorgopleidingen (CZO). 1.28 Erkennend opleidingsinstituut voor ziekenhuisopleidingen Het CZO geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3 en/of losse EPA’s/EOL als genoemd in artikel 1.4. 1.29 Opleidingsopgave van CZO De NZa ontvangt van het CZO een opgave van het aantal gediplomeerde personen in jaar t uitgesplitst naar ziekenhuisopleidingen en door het CZO erkende zorgaanbieders. In de opleidingsopgave is ook het aantal EPA’s opgenomen waarvoor een certificaat is afgegeven aan een (door het CZO erkende) zorgaanbieder in jaar t.