BWBR0050283
Artikel 6
Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2025
6.1
De NZa toetst het door de opleidende zorgaanbieder aangevraagde aantal instroomplaatsen
voor (medisch) specialisten aan het verdeeloverzicht. Het aantal opleidingsplaatsen
(medisch) specialist per opleiding in de beschikking kan het aantal instroomplaatsen
uit het verdeeloverzicht niet overschrijden.
6.2
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage worden de instroomplaatsen
voor (medisch) specialisten van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding
niet meegenomen. Instroomplaatsen van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding
worden achteraf gefinancierd, zie hiervoor artikel 10.1 sub c.
6.3
De NZa verleent op aanvraag een beschikbaarheidbijdrage voor doorstroomplaatsen (medisch)
specialist volgens de overzichten van de registratiecommissies met peildatum 31 oktober
van jaar t-1. Voor de opleidingen genoemd in artikel 1.2 sub e geldt dat de NZa de
doorstroomplaatsen verleent op basis van de overzichten van de CRT van de FGzPt.
6.4
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt voor de (medisch)
specialist in opleiding of de medisch beroepsbeoefenaar in dienst bij het Ministerie
van Defensie een correctie toegepast voor een salariscomponent.
6.5
De totale beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder recht op heeft, wordt berekend
aan de hand van de vergoedingsbedragen die de NZa van de Minister ontvangt. Bij de
berekening van de beschikbaarheidbijdrage wordt rekening gehouden met de staffel,
zoals omschreven in artikel 6, tweede lid, van de aanwijzing2.
6.6
In afwijking van artikel 6.5 wordt voor een aantal opleidingen de beschikbaarheidbijdrage
waar de zorgaanbieder recht op heeft, berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen
die de NZa heeft vastgesteld. Het betreft de volgende opleidingen:
a. De ggz-opleidingen tot: gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, klinisch psycholoog,
klinisch neuropsycholoog, psychiater in de ggz, klinisch geriater in de ggz, verpleegkundig
specialist in de ggz en verslavingsarts.
b. De opleidingen tot arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts en specialist ouderengeneeskunde.
c. De opleiding tot sportarts
Deze vergoedingsbedragen staan in Bijlage 1 van deze beleidsregel.
6.7
Voor de opleidingen zoals genoemd in artikel 6.6 sub a met uitzondering van de opleiding
tot verslavingsarts wordt bij de berekening van de beschikbaarheidbijdrage rekening
gehouden met een staffel. De staffel geldt per opleiding op basis van het aantal fte
opleidingen. Indien sprake is van een juridische fusie als bedoeld in artikel 4.8 eerste lid, die plaatsvindt voor of op 1 januari van jaar t, wordt de staffel in jaar t op de
gefuseerde zorgaanbieder als bedoeld in dat artikel toegepast. Indien sprake is van
een overname, zonder dat sprake is van een juridische fusie in de zin van artikel 2:309 BW, gaat de NZa voor de verlening en vaststelling uit van de afzonderlijke opleidende
zorgaanbieders en wordt de staffel in jaar t naar rato toegepast op de opleidende
zorgaanbieders gezamenlijk indien de overname voor of op 1 januari van jaar t heeft
plaatsgevonden. Heeft de overname na 1 januari in jaar t plaatsgevonden dan is de
staffel in jaar t+1 op gelijke wijze van toepassing. Vervolgens wordt de beschikbaarheidbijdrage
per rato aan de opleidende zorgaanbieders afzonderlijk toegekend. Hierbij wordt gebruik
gemaakt van 3 staffels:
Staffel
1
0 tot en met 10 fte opleidelingen
2
Vanaf 10 tot en met 23 fte opleidelingen
3
Vanaf 23 fte opleidelingen
6.8
De NZa indexeert deze vergoedingsbedragen jaarlijks met de door VWS aangegeven percentages.
De NZa toetst het door de opleidende zorgaanbieder aangevraagde aantal instroomplaatsen
voor (medisch) specialisten aan het verdeeloverzicht. Het aantal opleidingsplaatsen
(medisch) specialist per opleiding in de beschikking kan het aantal instroomplaatsen
uit het verdeeloverzicht niet overschrijden.
6.2
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage worden de instroomplaatsen
voor (medisch) specialisten van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding
niet meegenomen. Instroomplaatsen van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding
worden achteraf gefinancierd, zie hiervoor artikel 10.1 sub c.
6.3
De NZa verleent op aanvraag een beschikbaarheidbijdrage voor doorstroomplaatsen (medisch)
specialist volgens de overzichten van de registratiecommissies met peildatum 31 oktober
van jaar t-1. Voor de opleidingen genoemd in artikel 1.2 sub e geldt dat de NZa de
doorstroomplaatsen verleent op basis van de overzichten van de CRT van de FGzPt.
6.4
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt voor de (medisch)
specialist in opleiding of de medisch beroepsbeoefenaar in dienst bij het Ministerie
van Defensie een correctie toegepast voor een salariscomponent.
6.5
De totale beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder recht op heeft, wordt berekend
aan de hand van de vergoedingsbedragen die de NZa van de Minister ontvangt. Bij de
berekening van de beschikbaarheidbijdrage wordt rekening gehouden met de staffel,
zoals omschreven in artikel 6, tweede lid, van de aanwijzing2.
6.6
In afwijking van artikel 6.5 wordt voor een aantal opleidingen de beschikbaarheidbijdrage
waar de zorgaanbieder recht op heeft, berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen
die de NZa heeft vastgesteld. Het betreft de volgende opleidingen:
a. De ggz-opleidingen tot: gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, klinisch psycholoog,
klinisch neuropsycholoog, psychiater in de ggz, klinisch geriater in de ggz, verpleegkundig
specialist in de ggz en verslavingsarts.
b. De opleidingen tot arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts en specialist ouderengeneeskunde.
c. De opleiding tot sportarts
Deze vergoedingsbedragen staan in Bijlage 1 van deze beleidsregel.
6.7
Voor de opleidingen zoals genoemd in artikel 6.6 sub a met uitzondering van de opleiding
tot verslavingsarts wordt bij de berekening van de beschikbaarheidbijdrage rekening
gehouden met een staffel. De staffel geldt per opleiding op basis van het aantal fte
opleidingen. Indien sprake is van een juridische fusie als bedoeld in artikel 4.8 eerste lid, die plaatsvindt voor of op 1 januari van jaar t, wordt de staffel in jaar t op de
gefuseerde zorgaanbieder als bedoeld in dat artikel toegepast. Indien sprake is van
een overname, zonder dat sprake is van een juridische fusie in de zin van artikel 2:309 BW, gaat de NZa voor de verlening en vaststelling uit van de afzonderlijke opleidende
zorgaanbieders en wordt de staffel in jaar t naar rato toegepast op de opleidende
zorgaanbieders gezamenlijk indien de overname voor of op 1 januari van jaar t heeft
plaatsgevonden. Heeft de overname na 1 januari in jaar t plaatsgevonden dan is de
staffel in jaar t+1 op gelijke wijze van toepassing. Vervolgens wordt de beschikbaarheidbijdrage
per rato aan de opleidende zorgaanbieders afzonderlijk toegekend. Hierbij wordt gebruik
gemaakt van 3 staffels:
Staffel
1
0 tot en met 10 fte opleidelingen
2
Vanaf 10 tot en met 23 fte opleidelingen
3
Vanaf 23 fte opleidelingen
6.8
De NZa indexeert deze vergoedingsbedragen jaarlijks met de door VWS aangegeven percentages.