BWBR0050283
Artikel 1
Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2025
In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
1.1 (Medische) vervolgopleidingen
De (medische) vervolgopleidingen waarop deze beleidsregel van toepassing is, zijn
te verdelen in twee categorieën:
• Vervolgopleidingen tot (medisch) specialist;
• Ziekenhuisopleidingen en/of Entrustable Professional Activities (EPA’s) en/of EPA-overstijgende
leeractiviteiten (EOL) als genoemd in artikel 1.3 en/of 1.4.
1.2 Vervolgopleidingen tot (medisch) specialist
De vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zijn:
a. De 28 erkende medisch specialismen: anesthesiologie, cardiologie, cardio-thoracale
chirurgie, dermatologie en venerologie, heelkunde, interne geneeskunde, keel-neus-oorheelkunde,
kindergeneeskunde, klinische genetica, klinische geriatrie, longziekten en tuberculose,
maag-darm-leverziekten, medische microbiologie, neurochirurgie, neurologie, obstetrie
en gynaecologie, oogheelkunde, orthopedie, pathologie, plastische chirurgie, psychiatrie,
radiologie, radiotherapie, reumatologie, revalidatiegeneeskunde, SEH-arts, sportgeneeskunde
en urologie;
b. De technische zorg specialismen: klinische chemie, klinische fysica en ziekenhuisfarmacie;
c. De tandheelkundige specialismen: orthodontie en kaakchirurgie;
d. De overige specialismen: arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts, specialist
ouderengeneeskunde en verslavingsarts;
e. Gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut;
f. Klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog;
g. Verpleegkundig specialist in de ggz.
1.3 Ziekenhuisopleidingen
De vervolgopleidingen tot gespecialiseerd verpleegkundige en medisch ondersteunend
personeel zijn:
a. Deskundige infectiepreventie, gipsverbandmeester en gespecialiseerd verpleegkundigen,
te weten: IC-verpleegkundige, IC-neonatologieverpleegkundige, IC-kinderverpleegkundige,
kinderverpleegkundige, dialyseverpleegkundige, oncologieverpleegkundige1, SEH-verpleegkundige en obstetrie-verpleegkundige;
b. Operatieassistent, anesthesiemedewerker, radiodiagnostisch laborant, radiotherapeutisch
laborant en klinisch perfusionist.
c. cardiaccareverpleegkundige, mediumcareverpleegkundige, recoveryverpleegkundige, highcare-neonatologieverpleegkundige,
highcare-kinderverpleegkundige, dialyse assistent, geriatrieverpleegkundige, neuroverpleegkundige,
endoscopieverpleegkundige, medewerker operatieve zorg, sedatiepraktijkspecialist,
medewerker interventiecardiologie.
1.4 EPA en EOL
Eén EPA of EOL is een leereenheid (module) van flexibele ziekenhuisopleidingen.
Cluster acute zorg
Functie-overstijgende modules:
AZ-FO-1 (BAZ), AZ-FO-2 (BAZ), AZ-FO-3 (BAZ), AZ-FO-4 (BAZ), AZ-FO-5, AZ-FO-6, AZ-FO-7,
AZ-FO-8, AZ-FO-9, AZ-FO-10, AZ-FO-11, AZ-FO-12, AZ-FO-13
Kern modules en specifieke modules per opleiding:
• -Cardiaccareverpleegkundige: AZ-CCU-1, AZ-CCU-2, AZ-CCU-3, AZ-CCU-4, AZ-CCU-5, AZ-CCU-6,
AZ-CCU-EOL-1
• -Intensivecareverpleegkundige: AZ-IC-1, AZ-IC-2, AZ-IC-3, AZ-IC-4, AZ-IC-5, AZ-IC-6,
AZ-IC-EOL-1
• -Mediumcareverpleegkundige: AZ-MC-1, AZ-MC-EOL-1
• -Recoveryverpleegkundige: AZ-REC-1, AZ-REC-2, AZ-REC-3, AZ-REC-4, AZ-REC-5, AZ-REC-6,
AZ-REC-EOL-1
• -Spoedeisendehulpverpleegkundige: AZ-SEH-1, AZ-SEH-2, AZ-SEH-3, AZ-SEH-4, AZ-SEH-5,
AZ-SEH-EOL-1
Cluster moeder en kind
Functie-overstijgende modules:
MK-FO-1, MK-FO-2, MK-FO-3, MK-FO-4
Kern modules en specifieke modules per opleiding:
• -Highcare-kinderverpleegkundige: MK-HC-IC-K-1, MK-HC-IC-K-2, MK-HC-IC-K-3, MK-HC-K-EOL-1
• -Highcare-neonatologieverpleegkundige: MK-HC-IC-N-1, MK-HC-IC-N-2, MK-HC-IC-N-3, MK-HC-N-EOL-1
• -Intensivecare-kinderverpleegkundige: MK-IC-K-1, MK-IC-K-2, MK-HC-IC-K-1, MK-HC-IC-K-2,
MK-HC-IC-K-3, MK-IC-K-EOL-1
• -Intensivecare-neonatologieverpleegkundige: MK-IC-N-1, MK-IC-N-2, MK-HC-IC-N-1, MK-HC-IC-N-2,
MK-HC-IC-N-3, MK-IC-N-EOL-1
• -Kinderverpleegkundige: MK-KIN-1, MK-KIN-2, MK-KIN-3, MK-KIN-4, MK-KIN-5, MK-KIN-6,
MK-KIN-EOL-1
• -Obstetrieverpleegkundige: MK-OBS-1, MK-OBS-2, MK-OBS-3, MK-OBS-4, MK-OBS-5, MK-OBS-6,
MK-OBS-7, MK-OBS-8, MK-OBS-EOL-1
Cluster langdurige zorg
Functie-overstijgende modules:
LZ-FO-1, LZ-FO-2, LZ-FO-3, LZ-FO-4, LZ-FO-5, LZ-FO-6
Kern modules en specifieke modules per opleiding:
• -Geriatrieverpleegkundige: LZ-GER-1, LZ-GER-2, LZ-GER-3, LZ-GER-EOL-1
• -Neuroverpleegkundige: LZ-NEU-1, LZ-NEU-2, LZ-NEU-3, LZ-NEU-EOL-1
• -Oncologieverpleegkundige: LZ-ONCO-1, LZ-ONCO-EOL-1
Hieronder valt ook de opleiding tot kinderoncologieverpleegkundige uit het cluster
moeder en kind: MK-KO-1, MK-KO-EOL-1
• -Endoscopieverpleegkundige: LZ-END-1, LZ-END-2, LZ-END-3, LZ-END-4, LZ-END-5, LZ-END-6,
LZ-END-EOL-1
• -Dialyseverpleegkundige: LZ-DIA-1, LZ-DIA-2, LZ-DIA-3, LZ-DIA-4, LZ-DIA-5, LZ-DIA-6,
LZ-DIA-7, LZ-DIA-8, LZ-DIA-EOL-1
• -Dialyse-assistent: LZ-DIA-1, LZ-DIAA-EOL-1
Cluster medisch ondersteunende opleidingen
Functie-overstijgende modules:
MO-FO-1, MO-FO-2
Kern modules en specifieke modules per opleiding:
• Medewerker operatieve zorg: MO-MOZ-1, MO-MOZ-2, MO-MOZ-3, MO-OA-MOZ-1, MO-OA-MOZ-2,
MO-OA-MOZ-3, MO-OA-MOZ-4, MO-OA-MOZ-5, MO-OA-MOZ-6, MO-OA-MOZ-7, MO-OA-MOZ-8, MO-MOZ-EOL-1
• Operatieassistent: MO-OA-MOZ-1, MO-OA-MOZ-2, MO-OA-MOZ-3, MO-OA-MOZ-4, MO-OA-MOZ-5,
MO-OA-MOZ-6, MO-OA-MOZ-7, MO-OA-MOZ-8, MO-OA-1, MO-OA-2, MO-OA-3, MO-OA-4, MO-OA-5,
MO-OA-6, MO-OA-7, MO-OA-8, MO-OA-9, MO-OA-10, MO-OA-11, MO-OA-12, MO-OA-EOL-1
• Anesthesiemedewerker: MO-AM-1, MO-AM-2, MO-AM-3, MO-AM-4, MO-AM-5, MO-AM-6, MO-AM-7,
MO-AM-8, MO-AM-9, MO-AM-10, MO-AM-11, MO-AM-12, MO-AM-13, MO-AM-14, MO-AM-15, MO-AM-16,
MO-AM-17, MO-AM-18, MO-AM-19, MO-AM 20, MO-AM-21, MO-AM-22, MO-AM-23, MO-AM-24, MO-AM-25,
MO-AM-26, MO-AM-27, MO-AM-28, MO-AM-29, MO-AM-30, MO-AM-31, MO-AM-32, MO-AM-33, MO-AM-EOL-1
• Sedatiepraktijkspecialist: MO-SPS-1, MO-SPS-2, MO-SPS-3, MO-SPS-4, MO-SPS-5, MO-SPS-6,
MO-SPS-EOL-1
• Radiodiagnostisch laborant: MO-RDL-1, MO-RDL-2, MO-RDL-3, MO-RDL-4, MO-RDL-5, MO-RDL-6,
MO-RDL-7, MO-RDL-8, MO-RDL-9, MO-RDL-10, MO-RDL-11, MO-RDL-12, MO-RDL-13, MO-RDL-EOL-1,
MO-RDL-EOL-SH
• Radiotherapeutisch laborant: MO-RTL-1, MO-RTL-2, MO-RTL-3, MO-RTL-4, MO-RTL-5, MO-RTL-6,
MO-RTL-7, MO-RTL-8, MO-RTL-9, MO-RTL-10, MO-RTL-EOL-1, MO-RTL-EOL-SH
• Gipsverbandmeester: MO-GVM-1, MO-GVM-2, MO-GVM-3, MO-GVM-4, MO-GVM-5, MO-GVM-6, MO-GVM-7,
MO-GVM-8, MO-GVM-EOL-1
• Deskundige infectiepreventie: MO-DI-1, MO-DI-2, MO-DI-3, MO-DI-4, MO-DI-5, MO-DI-6,
MO-DI-EOL-1
• Medewerker Interventiecardiologie: MO-MIC-1, MO-MIC-2, MO-MIC-3, MO-MIC-4, MO-MIC-5,
MO-MIC-6, MO-MIC-7, MO-MIC-8, MO-MIC-9, MO-MIC- 10, MO-MIC-11, MO-MIC-12, MO-MIC-EOL-1
• Klinisch perfusionist: MO-KP-1, MO-KP-2, MO-KP-3, MO-KP-4, MO-KP-5, MO-KP-6, MO-KP-7,
MO-KP-EOL-1, MO-KP-EOL-SC
1.5 Opleidende zorgaanbieder
De zorgaanbieder die zorg levert als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz) en door de daartoe bevoegde instantie is erkend voor het verzorgen van een
(deel van een) (medische) vervolgopleiding. Voor de opleidingen als genoemd in artikel
1.2, sub e wordt met de opleidende zorgaanbieder (praktijkopleidingsinstelling) bedoeld
een zorgaanbieder die een samenwerkingsovereenkomst heeft met een door de Minister
in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) aangewezen opleidingsinstelling.
1.6 Opleidingsinstelling
De instelling die het cursorisch gedeelte verzorgt van de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog,
psychotherapeut of een van hun specialismen en die als zodanig door de Minister in
het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) is aangewezen of als zodanig door de CRT is erkend.
1.7 Beschikbaarheidbijdrage
Bijdrage als bedoeld in artikel 56a Wmg.
1.8 Subsidiabele opleidingsplaats
Een opleidingsplaats die in aanmerking komt voor een subsidie.
1.9 Minister
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
1.10 Fte
Full time equivalent (voltijdse plaats).
1.11 Startmoment van de opleiding
Het startmoment van de opleiding is dat moment waarop de (medisch) specialist in opleiding
met zijn opleiding begint.
1.12 Jaar t
Jaar t is het lopende subsidiejaar waarin de opleiding plaatsvindt.
1.13 Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa
Het Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa omschrijft de uniforme procedure die
gehanteerd wordt ten aanzien van de verstrekking van alle beschikbaarheidbijdragen
door de NZa. Dit kader is ook van toepassing op de beschikbaarheidbijdrage voor de
(medische) vervolgopleidingen. In enkele gevallen geldt een uitzondering op de uniforme
procedure. Deze uitzondering staat dan omschreven in deze beleidsregel.
1.13a Gefuseerde zorgaanbieder
Opleidende zorgaanbieder die voor of op 1 januari van jaar t, na een juridische fusie
als bedoeld in artikel 2:309 van het BW, het vermogen van de andere opleidende zorgaanbieder(s) onder algemene titel verkrijgt
of die als nieuwe opleidende zorgaanbieder die bij deze fusie door de opleidende zorgaanbieders
samen wordt opgericht, hun vermogen onder algemene titel verkrijgt.
Begripsbepalingen vervolgopleiding tot (medisch) specialist
Artikel 1.14 tot en met 1.25 beschrijven de begripsbepalingen die van toepassing zijn
op de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zoals genoemd in artikel 1.2.
1.14 Opleidingen met een vooropleiding
a. Om de opleidingen longziekten en tuberculose, maag-, darm- en leverziekten, cardiologie,
klinische geriatrie of reumatologie te mogen volgen, dient de (medisch) specialist
in opleiding tevens de vooropleiding interne geneeskunde te volgen.
b. Om de opleidingen orthopedie, urologie en plastische chirurgie te mogen volgen, dient
de (medisch) specialist in opleiding tevens de vooropleiding heelkunde te volgen.
1.15 Instroomplaats
Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:
a. In het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist begint op een subsidiabele
opleidingsplaats,
of;
b. Voorafgaand aan het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen
op een niet-subsidiabele opleidingsplaats, maar in jaar t alsnog op een subsidiabele
instroomplaats de opleiding vervolgt.
1.16 Doorstroomplaats
Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:
a. In een eerder jaar met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen op
een subsidiabele instroomplaats of;
b. In het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen op een
subsidiabele instroomplaats en om inhoudelijke redenen in jaar t doorstroomt naar
een andere opleidende zorgaanbieder.
1.17 Instroomjaar
Het kalenderjaar (jaar t) waarin de (medisch) specialist in opleiding start met de
opleiding op een subsidiabele opleidingsplaats.
1.18 Boventallige (medisch) specialist in opleiding
Een boventallige (medisch) specialist in opleiding is iemand die wordt opgeleid voor
eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder of voor rekening van
derden. Deze (medisch) specialist in opleiding is niet subsidiabel en de zorgaanbieder
kan voor deze (medisch) specialist in opleiding geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen.
1.19 Registratiecommissies voor medische specialismen
De registratiecommissies voor (medische) specialismen zijn:
a. Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) van de Koninklijke Nederlandsche
Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG);
b. Stichting Opleiding Klinisch Fysicus (OKF);
c. Specialisten Registratiecommissie (SRC-ZF) van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij
ter bevordering der Pharmacie (KNMP);
d. Registratiecommissie van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
(NVKC);
e. Registratiecommissie Tandheelkundig Specialismen (RTS) van de Koninklijke Nederlandse
Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT);
f. Commissie Registratie en Toezicht (CRT) van de Federatie van Gezondheidszorgpsychologen
en Psychotherapeuten (FGzPt);
g. Registratiecommissie Specialismen Verpleegkunde (RSV) van de Vereniging Verpleegkundigen
en Verzorgenden Nederland (V&VN).
1.20 Erkennende opleidingsinstituten voor medische specialismen
De opleidingsinstituten zijn instituten die erkenningen afgeven aan opleidende zorgaanbieders
voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2.
a. De RGS van de KNMG geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen
van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub a en d.
b. De Stichting OKF geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen
van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, klinische fysica.
c. De SRC-ZF van de KNMP geeft erkenningen af aan de opleidende zorgaanbieders voor het
verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, ziekenhuisfarmacie.
d. De Registratiecommissie van de NVKC geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders
voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, klinische chemie.
e. De RTS van de KNMT geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen
van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub c.
1.21 Erkennende opleidingsinstituten voor ggz-opleidingen
a. De CRT van de FGzPt geeft erkenningen af aan de opleidende zorgaanbieders voor het
verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub f.
b. De RSV van V&VN geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen
van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub g.
1.22 Werkgevers voor specifieke opleidingen
Voor enkele opleidingen geldt dat de (medisch) specialist in opleiding niet in dienst
is bij een opleidende zorgaanbieder, maar bij een stichting die verantwoordelijk is
voor het gehele proces van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van de opleiding.
Deze wordt in deze beleidsregel beschouwd als opleidende zorgaanbieder en is verantwoordelijk
voor het gehele proces van aanvragen van de beschikbaarheidbijdrage en financiering
van deze opleidingen.
Deze stichtingen zijn:
a. SBOH. SBOH is de werkgever van huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, artsen
voor verstandelijk gehandicapten en verslavingsartsen in opleiding.
b. De Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts (SBOS). De SBOS is de werkgever van sportartsen
in opleiding.
1.23 Opleidingsoverzicht
Overzicht uit het opleidingsregister van de per opleiding tot (medisch) specialist
gerealiseerde opleidingsplaatsen per opleidende zorgaanbieder, uitgesplitst naar instroomplaatsen
(medisch) specialist en doorstroomplaatsen (medisch) specialist.
1.24 Gerealiseerde opleidingsplaats
Het aantal uren dat de (medisch) specialist in opleiding feitelijk heeft besteed aan
zijn opleiding. Hierbij gaan wij uit van de berekening zoals genoemd in artikel 4.3.
1.25 Verdeeloverzicht
Overzicht van de verdeling van het maximaal aantal instroomplaatsen en bijbehorende
fte voor de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist per specialisme per opleidende
zorgaanbieder, zoals bedoeld in onderdeel D van de Bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage
WMG.
Begripsbepalingen ziekenhuisopleidingen
In de artikelen 1.26 tot en met 1.29 zijn de begripsbepalingen beschreven die van
toepassing zijn op de ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3.
1.26 Gediplomeerde
Natuurlijk persoon die vóór 1 januari 2025 is gestart met een ziekenhuisopleiding
als genoemd in artikel 1.3 sub a en b en met goed gevolg een volledige ziekenhuisopleiding
heeft voltooid bij een erkende opleidende zorgaanbieder en een diploma heeft van het
CZO. Dit betreft alle ziekenhuisopleidingen.
1.27 Registratiecommissie voor ziekenhuisopleidingen
De registratiecommissie voor ziekenhuisopleidingen is het College Zorgopleidingen
(CZO).
1.28 Erkennend opleidingsinstituut voor ziekenhuisopleidingen
Het CZO geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van
ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3 en/of losse EPA’s/EOL als genoemd
in artikel 1.4.
1.29 Opleidingsopgave van CZO
De NZa ontvangt van het CZO een opgave van het aantal gediplomeerde personen in jaar
t uitgesplitst naar ziekenhuisopleidingen en door het CZO erkende zorgaanbieders.
In de opleidingsopgave is ook het aantal EPA’s opgenomen waarvoor een certificaat
is afgegeven aan een (door het CZO erkende) zorgaanbieder in jaar t.
1.1 (Medische) vervolgopleidingen
De (medische) vervolgopleidingen waarop deze beleidsregel van toepassing is, zijn
te verdelen in twee categorieën:
• Vervolgopleidingen tot (medisch) specialist;
• Ziekenhuisopleidingen en/of Entrustable Professional Activities (EPA’s) en/of EPA-overstijgende
leeractiviteiten (EOL) als genoemd in artikel 1.3 en/of 1.4.
1.2 Vervolgopleidingen tot (medisch) specialist
De vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zijn:
a. De 28 erkende medisch specialismen: anesthesiologie, cardiologie, cardio-thoracale
chirurgie, dermatologie en venerologie, heelkunde, interne geneeskunde, keel-neus-oorheelkunde,
kindergeneeskunde, klinische genetica, klinische geriatrie, longziekten en tuberculose,
maag-darm-leverziekten, medische microbiologie, neurochirurgie, neurologie, obstetrie
en gynaecologie, oogheelkunde, orthopedie, pathologie, plastische chirurgie, psychiatrie,
radiologie, radiotherapie, reumatologie, revalidatiegeneeskunde, SEH-arts, sportgeneeskunde
en urologie;
b. De technische zorg specialismen: klinische chemie, klinische fysica en ziekenhuisfarmacie;
c. De tandheelkundige specialismen: orthodontie en kaakchirurgie;
d. De overige specialismen: arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts, specialist
ouderengeneeskunde en verslavingsarts;
e. Gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut;
f. Klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog;
g. Verpleegkundig specialist in de ggz.
1.3 Ziekenhuisopleidingen
De vervolgopleidingen tot gespecialiseerd verpleegkundige en medisch ondersteunend
personeel zijn:
a. Deskundige infectiepreventie, gipsverbandmeester en gespecialiseerd verpleegkundigen,
te weten: IC-verpleegkundige, IC-neonatologieverpleegkundige, IC-kinderverpleegkundige,
kinderverpleegkundige, dialyseverpleegkundige, oncologieverpleegkundige1, SEH-verpleegkundige en obstetrie-verpleegkundige;
b. Operatieassistent, anesthesiemedewerker, radiodiagnostisch laborant, radiotherapeutisch
laborant en klinisch perfusionist.
c. cardiaccareverpleegkundige, mediumcareverpleegkundige, recoveryverpleegkundige, highcare-neonatologieverpleegkundige,
highcare-kinderverpleegkundige, dialyse assistent, geriatrieverpleegkundige, neuroverpleegkundige,
endoscopieverpleegkundige, medewerker operatieve zorg, sedatiepraktijkspecialist,
medewerker interventiecardiologie.
1.4 EPA en EOL
Eén EPA of EOL is een leereenheid (module) van flexibele ziekenhuisopleidingen.
Cluster acute zorg
Functie-overstijgende modules:
AZ-FO-1 (BAZ), AZ-FO-2 (BAZ), AZ-FO-3 (BAZ), AZ-FO-4 (BAZ), AZ-FO-5, AZ-FO-6, AZ-FO-7,
AZ-FO-8, AZ-FO-9, AZ-FO-10, AZ-FO-11, AZ-FO-12, AZ-FO-13
Kern modules en specifieke modules per opleiding:
• -Cardiaccareverpleegkundige: AZ-CCU-1, AZ-CCU-2, AZ-CCU-3, AZ-CCU-4, AZ-CCU-5, AZ-CCU-6,
AZ-CCU-EOL-1
• -Intensivecareverpleegkundige: AZ-IC-1, AZ-IC-2, AZ-IC-3, AZ-IC-4, AZ-IC-5, AZ-IC-6,
AZ-IC-EOL-1
• -Mediumcareverpleegkundige: AZ-MC-1, AZ-MC-EOL-1
• -Recoveryverpleegkundige: AZ-REC-1, AZ-REC-2, AZ-REC-3, AZ-REC-4, AZ-REC-5, AZ-REC-6,
AZ-REC-EOL-1
• -Spoedeisendehulpverpleegkundige: AZ-SEH-1, AZ-SEH-2, AZ-SEH-3, AZ-SEH-4, AZ-SEH-5,
AZ-SEH-EOL-1
Cluster moeder en kind
Functie-overstijgende modules:
MK-FO-1, MK-FO-2, MK-FO-3, MK-FO-4
Kern modules en specifieke modules per opleiding:
• -Highcare-kinderverpleegkundige: MK-HC-IC-K-1, MK-HC-IC-K-2, MK-HC-IC-K-3, MK-HC-K-EOL-1
• -Highcare-neonatologieverpleegkundige: MK-HC-IC-N-1, MK-HC-IC-N-2, MK-HC-IC-N-3, MK-HC-N-EOL-1
• -Intensivecare-kinderverpleegkundige: MK-IC-K-1, MK-IC-K-2, MK-HC-IC-K-1, MK-HC-IC-K-2,
MK-HC-IC-K-3, MK-IC-K-EOL-1
• -Intensivecare-neonatologieverpleegkundige: MK-IC-N-1, MK-IC-N-2, MK-HC-IC-N-1, MK-HC-IC-N-2,
MK-HC-IC-N-3, MK-IC-N-EOL-1
• -Kinderverpleegkundige: MK-KIN-1, MK-KIN-2, MK-KIN-3, MK-KIN-4, MK-KIN-5, MK-KIN-6,
MK-KIN-EOL-1
• -Obstetrieverpleegkundige: MK-OBS-1, MK-OBS-2, MK-OBS-3, MK-OBS-4, MK-OBS-5, MK-OBS-6,
MK-OBS-7, MK-OBS-8, MK-OBS-EOL-1
Cluster langdurige zorg
Functie-overstijgende modules:
LZ-FO-1, LZ-FO-2, LZ-FO-3, LZ-FO-4, LZ-FO-5, LZ-FO-6
Kern modules en specifieke modules per opleiding:
• -Geriatrieverpleegkundige: LZ-GER-1, LZ-GER-2, LZ-GER-3, LZ-GER-EOL-1
• -Neuroverpleegkundige: LZ-NEU-1, LZ-NEU-2, LZ-NEU-3, LZ-NEU-EOL-1
• -Oncologieverpleegkundige: LZ-ONCO-1, LZ-ONCO-EOL-1
Hieronder valt ook de opleiding tot kinderoncologieverpleegkundige uit het cluster
moeder en kind: MK-KO-1, MK-KO-EOL-1
• -Endoscopieverpleegkundige: LZ-END-1, LZ-END-2, LZ-END-3, LZ-END-4, LZ-END-5, LZ-END-6,
LZ-END-EOL-1
• -Dialyseverpleegkundige: LZ-DIA-1, LZ-DIA-2, LZ-DIA-3, LZ-DIA-4, LZ-DIA-5, LZ-DIA-6,
LZ-DIA-7, LZ-DIA-8, LZ-DIA-EOL-1
• -Dialyse-assistent: LZ-DIA-1, LZ-DIAA-EOL-1
Cluster medisch ondersteunende opleidingen
Functie-overstijgende modules:
MO-FO-1, MO-FO-2
Kern modules en specifieke modules per opleiding:
• Medewerker operatieve zorg: MO-MOZ-1, MO-MOZ-2, MO-MOZ-3, MO-OA-MOZ-1, MO-OA-MOZ-2,
MO-OA-MOZ-3, MO-OA-MOZ-4, MO-OA-MOZ-5, MO-OA-MOZ-6, MO-OA-MOZ-7, MO-OA-MOZ-8, MO-MOZ-EOL-1
• Operatieassistent: MO-OA-MOZ-1, MO-OA-MOZ-2, MO-OA-MOZ-3, MO-OA-MOZ-4, MO-OA-MOZ-5,
MO-OA-MOZ-6, MO-OA-MOZ-7, MO-OA-MOZ-8, MO-OA-1, MO-OA-2, MO-OA-3, MO-OA-4, MO-OA-5,
MO-OA-6, MO-OA-7, MO-OA-8, MO-OA-9, MO-OA-10, MO-OA-11, MO-OA-12, MO-OA-EOL-1
• Anesthesiemedewerker: MO-AM-1, MO-AM-2, MO-AM-3, MO-AM-4, MO-AM-5, MO-AM-6, MO-AM-7,
MO-AM-8, MO-AM-9, MO-AM-10, MO-AM-11, MO-AM-12, MO-AM-13, MO-AM-14, MO-AM-15, MO-AM-16,
MO-AM-17, MO-AM-18, MO-AM-19, MO-AM 20, MO-AM-21, MO-AM-22, MO-AM-23, MO-AM-24, MO-AM-25,
MO-AM-26, MO-AM-27, MO-AM-28, MO-AM-29, MO-AM-30, MO-AM-31, MO-AM-32, MO-AM-33, MO-AM-EOL-1
• Sedatiepraktijkspecialist: MO-SPS-1, MO-SPS-2, MO-SPS-3, MO-SPS-4, MO-SPS-5, MO-SPS-6,
MO-SPS-EOL-1
• Radiodiagnostisch laborant: MO-RDL-1, MO-RDL-2, MO-RDL-3, MO-RDL-4, MO-RDL-5, MO-RDL-6,
MO-RDL-7, MO-RDL-8, MO-RDL-9, MO-RDL-10, MO-RDL-11, MO-RDL-12, MO-RDL-13, MO-RDL-EOL-1,
MO-RDL-EOL-SH
• Radiotherapeutisch laborant: MO-RTL-1, MO-RTL-2, MO-RTL-3, MO-RTL-4, MO-RTL-5, MO-RTL-6,
MO-RTL-7, MO-RTL-8, MO-RTL-9, MO-RTL-10, MO-RTL-EOL-1, MO-RTL-EOL-SH
• Gipsverbandmeester: MO-GVM-1, MO-GVM-2, MO-GVM-3, MO-GVM-4, MO-GVM-5, MO-GVM-6, MO-GVM-7,
MO-GVM-8, MO-GVM-EOL-1
• Deskundige infectiepreventie: MO-DI-1, MO-DI-2, MO-DI-3, MO-DI-4, MO-DI-5, MO-DI-6,
MO-DI-EOL-1
• Medewerker Interventiecardiologie: MO-MIC-1, MO-MIC-2, MO-MIC-3, MO-MIC-4, MO-MIC-5,
MO-MIC-6, MO-MIC-7, MO-MIC-8, MO-MIC-9, MO-MIC- 10, MO-MIC-11, MO-MIC-12, MO-MIC-EOL-1
• Klinisch perfusionist: MO-KP-1, MO-KP-2, MO-KP-3, MO-KP-4, MO-KP-5, MO-KP-6, MO-KP-7,
MO-KP-EOL-1, MO-KP-EOL-SC
1.5 Opleidende zorgaanbieder
De zorgaanbieder die zorg levert als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz) en door de daartoe bevoegde instantie is erkend voor het verzorgen van een
(deel van een) (medische) vervolgopleiding. Voor de opleidingen als genoemd in artikel
1.2, sub e wordt met de opleidende zorgaanbieder (praktijkopleidingsinstelling) bedoeld
een zorgaanbieder die een samenwerkingsovereenkomst heeft met een door de Minister
in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) aangewezen opleidingsinstelling.
1.6 Opleidingsinstelling
De instelling die het cursorisch gedeelte verzorgt van de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog,
psychotherapeut of een van hun specialismen en die als zodanig door de Minister in
het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) is aangewezen of als zodanig door de CRT is erkend.
1.7 Beschikbaarheidbijdrage
Bijdrage als bedoeld in artikel 56a Wmg.
1.8 Subsidiabele opleidingsplaats
Een opleidingsplaats die in aanmerking komt voor een subsidie.
1.9 Minister
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
1.10 Fte
Full time equivalent (voltijdse plaats).
1.11 Startmoment van de opleiding
Het startmoment van de opleiding is dat moment waarop de (medisch) specialist in opleiding
met zijn opleiding begint.
1.12 Jaar t
Jaar t is het lopende subsidiejaar waarin de opleiding plaatsvindt.
1.13 Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa
Het Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa omschrijft de uniforme procedure die
gehanteerd wordt ten aanzien van de verstrekking van alle beschikbaarheidbijdragen
door de NZa. Dit kader is ook van toepassing op de beschikbaarheidbijdrage voor de
(medische) vervolgopleidingen. In enkele gevallen geldt een uitzondering op de uniforme
procedure. Deze uitzondering staat dan omschreven in deze beleidsregel.
1.13a Gefuseerde zorgaanbieder
Opleidende zorgaanbieder die voor of op 1 januari van jaar t, na een juridische fusie
als bedoeld in artikel 2:309 van het BW, het vermogen van de andere opleidende zorgaanbieder(s) onder algemene titel verkrijgt
of die als nieuwe opleidende zorgaanbieder die bij deze fusie door de opleidende zorgaanbieders
samen wordt opgericht, hun vermogen onder algemene titel verkrijgt.
Begripsbepalingen vervolgopleiding tot (medisch) specialist
Artikel 1.14 tot en met 1.25 beschrijven de begripsbepalingen die van toepassing zijn
op de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zoals genoemd in artikel 1.2.
1.14 Opleidingen met een vooropleiding
a. Om de opleidingen longziekten en tuberculose, maag-, darm- en leverziekten, cardiologie,
klinische geriatrie of reumatologie te mogen volgen, dient de (medisch) specialist
in opleiding tevens de vooropleiding interne geneeskunde te volgen.
b. Om de opleidingen orthopedie, urologie en plastische chirurgie te mogen volgen, dient
de (medisch) specialist in opleiding tevens de vooropleiding heelkunde te volgen.
1.15 Instroomplaats
Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:
a. In het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist begint op een subsidiabele
opleidingsplaats,
of;
b. Voorafgaand aan het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen
op een niet-subsidiabele opleidingsplaats, maar in jaar t alsnog op een subsidiabele
instroomplaats de opleiding vervolgt.
1.16 Doorstroomplaats
Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:
a. In een eerder jaar met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen op
een subsidiabele instroomplaats of;
b. In het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen op een
subsidiabele instroomplaats en om inhoudelijke redenen in jaar t doorstroomt naar
een andere opleidende zorgaanbieder.
1.17 Instroomjaar
Het kalenderjaar (jaar t) waarin de (medisch) specialist in opleiding start met de
opleiding op een subsidiabele opleidingsplaats.
1.18 Boventallige (medisch) specialist in opleiding
Een boventallige (medisch) specialist in opleiding is iemand die wordt opgeleid voor
eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder of voor rekening van
derden. Deze (medisch) specialist in opleiding is niet subsidiabel en de zorgaanbieder
kan voor deze (medisch) specialist in opleiding geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen.
1.19 Registratiecommissies voor medische specialismen
De registratiecommissies voor (medische) specialismen zijn:
a. Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) van de Koninklijke Nederlandsche
Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG);
b. Stichting Opleiding Klinisch Fysicus (OKF);
c. Specialisten Registratiecommissie (SRC-ZF) van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij
ter bevordering der Pharmacie (KNMP);
d. Registratiecommissie van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
(NVKC);
e. Registratiecommissie Tandheelkundig Specialismen (RTS) van de Koninklijke Nederlandse
Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT);
f. Commissie Registratie en Toezicht (CRT) van de Federatie van Gezondheidszorgpsychologen
en Psychotherapeuten (FGzPt);
g. Registratiecommissie Specialismen Verpleegkunde (RSV) van de Vereniging Verpleegkundigen
en Verzorgenden Nederland (V&VN).
1.20 Erkennende opleidingsinstituten voor medische specialismen
De opleidingsinstituten zijn instituten die erkenningen afgeven aan opleidende zorgaanbieders
voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2.
a. De RGS van de KNMG geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen
van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub a en d.
b. De Stichting OKF geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen
van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, klinische fysica.
c. De SRC-ZF van de KNMP geeft erkenningen af aan de opleidende zorgaanbieders voor het
verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, ziekenhuisfarmacie.
d. De Registratiecommissie van de NVKC geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders
voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, klinische chemie.
e. De RTS van de KNMT geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen
van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub c.
1.21 Erkennende opleidingsinstituten voor ggz-opleidingen
a. De CRT van de FGzPt geeft erkenningen af aan de opleidende zorgaanbieders voor het
verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub f.
b. De RSV van V&VN geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen
van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub g.
1.22 Werkgevers voor specifieke opleidingen
Voor enkele opleidingen geldt dat de (medisch) specialist in opleiding niet in dienst
is bij een opleidende zorgaanbieder, maar bij een stichting die verantwoordelijk is
voor het gehele proces van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van de opleiding.
Deze wordt in deze beleidsregel beschouwd als opleidende zorgaanbieder en is verantwoordelijk
voor het gehele proces van aanvragen van de beschikbaarheidbijdrage en financiering
van deze opleidingen.
Deze stichtingen zijn:
a. SBOH. SBOH is de werkgever van huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, artsen
voor verstandelijk gehandicapten en verslavingsartsen in opleiding.
b. De Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts (SBOS). De SBOS is de werkgever van sportartsen
in opleiding.
1.23 Opleidingsoverzicht
Overzicht uit het opleidingsregister van de per opleiding tot (medisch) specialist
gerealiseerde opleidingsplaatsen per opleidende zorgaanbieder, uitgesplitst naar instroomplaatsen
(medisch) specialist en doorstroomplaatsen (medisch) specialist.
1.24 Gerealiseerde opleidingsplaats
Het aantal uren dat de (medisch) specialist in opleiding feitelijk heeft besteed aan
zijn opleiding. Hierbij gaan wij uit van de berekening zoals genoemd in artikel 4.3.
1.25 Verdeeloverzicht
Overzicht van de verdeling van het maximaal aantal instroomplaatsen en bijbehorende
fte voor de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist per specialisme per opleidende
zorgaanbieder, zoals bedoeld in onderdeel D van de Bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage
WMG.
Begripsbepalingen ziekenhuisopleidingen
In de artikelen 1.26 tot en met 1.29 zijn de begripsbepalingen beschreven die van
toepassing zijn op de ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3.
1.26 Gediplomeerde
Natuurlijk persoon die vóór 1 januari 2025 is gestart met een ziekenhuisopleiding
als genoemd in artikel 1.3 sub a en b en met goed gevolg een volledige ziekenhuisopleiding
heeft voltooid bij een erkende opleidende zorgaanbieder en een diploma heeft van het
CZO. Dit betreft alle ziekenhuisopleidingen.
1.27 Registratiecommissie voor ziekenhuisopleidingen
De registratiecommissie voor ziekenhuisopleidingen is het College Zorgopleidingen
(CZO).
1.28 Erkennend opleidingsinstituut voor ziekenhuisopleidingen
Het CZO geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van
ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3 en/of losse EPA’s/EOL als genoemd
in artikel 1.4.
1.29 Opleidingsopgave van CZO
De NZa ontvangt van het CZO een opgave van het aantal gediplomeerde personen in jaar
t uitgesplitst naar ziekenhuisopleidingen en door het CZO erkende zorgaanbieders.
In de opleidingsopgave is ook het aantal EPA’s opgenomen waarvoor een certificaat
is afgegeven aan een (door het CZO erkende) zorgaanbieder in jaar t.