BWBR0049701
Geldig vanaf 2024-05-15
Artikel 4
Regeling beheer onroerende zaken Rijk 2024
1. Aan de hand van de inschatting van de kans dat de geïnventariseerde risico’s, bedoeld in artikel 3, zich zullen voordoen, besluit de minister of en zo ja welke preventieve maatregelen moeten worden genomen ter voorkoming of beperking van de vastgestelde risico’s.
2. De risico’s van schade voor en aansprakelijkstelling van de Staat worden niet verzekerd, tenzij het naar het oordeel van een minister doelmatig is om deze risico’s te verzekeren. Het besluit daartoe wordt genomen in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Minister van Financiën.
3. De minister zorgt voor het herstel van schade aan de onroerende zaak en voor de afwikkeling van aansprakelijkstellingen van de Staat voor door de onroerende zaak aan derden toegebrachte schade.
4. In overleg tussen de minister en de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kan worden besloten dat de afwikkeling van een schade of aansprakelijkstelling door de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening geschiedt.
2. De risico’s van schade voor en aansprakelijkstelling van de Staat worden niet verzekerd, tenzij het naar het oordeel van een minister doelmatig is om deze risico’s te verzekeren. Het besluit daartoe wordt genomen in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Minister van Financiën.
3. De minister zorgt voor het herstel van schade aan de onroerende zaak en voor de afwikkeling van aansprakelijkstellingen van de Staat voor door de onroerende zaak aan derden toegebrachte schade.
4. In overleg tussen de minister en de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kan worden besloten dat de afwikkeling van een schade of aansprakelijkstelling door de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening geschiedt.