BWBR0049701
Geldig vanaf 2024-05-15
Artikel 13
Regeling beheer onroerende zaken Rijk 2024
1. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kan met betrekking tot een overtollig gestelde onroerende zaak en een onroerende zaak als bedoeld in artikel 6, vierde lid, onder a, een gebruiksrecht verlenen. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kan voorwaarden stellen bij het verlenen van het gebruiksrecht. Indien voorwaarden zijn gesteld als bedoeld in artikel 6, tweede lid, worden deze bij het verlenen van het gebruiksrecht gesteld.
2. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening verleent met betrekking tot een onroerende zaak als bedoeld in artikel 6, vierde lid, onder b, een gebruiksrecht op verzoek van de minister die de zaak heeft verworven. Hij voert overleg met die minister over het moment van de verlening van het gebruiksrecht, het doel waarvoor en de voorwaarden waaronder het gebruiksrecht wordt verleend alsmede de criteria op grond waarvan de gebruiker van de onroerende zaak wordt geselecteerd.
3. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kan met betrekking tot een onroerende zaak die niet overtollig is gesteld, niet zijnde een onroerende zaak als bedoeld in artikel 6, vierde lid, een gebruiksrecht verlenen, indien de minister die de zaak nodig heeft voor de uitvoering van het beleid en de bedrijfsvoering die aan zijn begroting ten grondslag liggen daar toestemming voor geeft.
4. De minister die de onroerende zaak nodig heeft, bedoeld in het derde lid, kan bij het verlenen van toestemming voor het verlenen van een gebruiksrecht voorwaarden stellen die rechtstreeks verband houden met:
a. de praktische uitvoering van het bij hem berustende materieelbeheer van de desbetreffende onroerende zaak of van een daaraan grenzende andere onroerende zaak; of
b. de praktische uitvoering van het beleid of de bedrijfsvoering die ten grondslag liggen aan zijn begroting.
5. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kan, op verzoek van de minister die de onroerende zaak nodig heeft, bedoeld in het derde lid, ook voorwaarden over het gebruik stellen die verband houden met de uitvoerbaarheid van nationale belangen voor de fysieke leefomgeving op de locatie waarvan de onroerende zaak deel uitmaakt, voor zover de voorgenomen behartiging van die belangen blijkt uit een omgevingsvisie of programma als bedoeld in de Omgevingswetof een ander door een bestuursorgaan openbaar gemaakt document.
6. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening draagt zorg voor een openbare aanbieding van de verlening van een gebruiksrecht door publicatie op www.biedboek.nl.
7. Voor het gebruik van een onroerende zaak van de Staat betaalt de gebruiksgerechtigde een marktconforme prijs aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
8. Degenen aan wie een gebruiksrecht is verleend, zorgen er zelf voor dat zij beschikken over de voor het overeengekomen gebruik van de onroerende zaak benodigde publiekrechtelijke vergunningen en ontheffingen.
2. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening verleent met betrekking tot een onroerende zaak als bedoeld in artikel 6, vierde lid, onder b, een gebruiksrecht op verzoek van de minister die de zaak heeft verworven. Hij voert overleg met die minister over het moment van de verlening van het gebruiksrecht, het doel waarvoor en de voorwaarden waaronder het gebruiksrecht wordt verleend alsmede de criteria op grond waarvan de gebruiker van de onroerende zaak wordt geselecteerd.
3. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kan met betrekking tot een onroerende zaak die niet overtollig is gesteld, niet zijnde een onroerende zaak als bedoeld in artikel 6, vierde lid, een gebruiksrecht verlenen, indien de minister die de zaak nodig heeft voor de uitvoering van het beleid en de bedrijfsvoering die aan zijn begroting ten grondslag liggen daar toestemming voor geeft.
4. De minister die de onroerende zaak nodig heeft, bedoeld in het derde lid, kan bij het verlenen van toestemming voor het verlenen van een gebruiksrecht voorwaarden stellen die rechtstreeks verband houden met:
a. de praktische uitvoering van het bij hem berustende materieelbeheer van de desbetreffende onroerende zaak of van een daaraan grenzende andere onroerende zaak; of
b. de praktische uitvoering van het beleid of de bedrijfsvoering die ten grondslag liggen aan zijn begroting.
5. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kan, op verzoek van de minister die de onroerende zaak nodig heeft, bedoeld in het derde lid, ook voorwaarden over het gebruik stellen die verband houden met de uitvoerbaarheid van nationale belangen voor de fysieke leefomgeving op de locatie waarvan de onroerende zaak deel uitmaakt, voor zover de voorgenomen behartiging van die belangen blijkt uit een omgevingsvisie of programma als bedoeld in de Omgevingswetof een ander door een bestuursorgaan openbaar gemaakt document.
6. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening draagt zorg voor een openbare aanbieding van de verlening van een gebruiksrecht door publicatie op www.biedboek.nl.
7. Voor het gebruik van een onroerende zaak van de Staat betaalt de gebruiksgerechtigde een marktconforme prijs aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
8. Degenen aan wie een gebruiksrecht is verleend, zorgen er zelf voor dat zij beschikken over de voor het overeengekomen gebruik van de onroerende zaak benodigde publiekrechtelijke vergunningen en ontheffingen.