BWBR0049474
Geldig vanaf 2024-03-20
Artikel 4.4
Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg
1. De uitkering voor activiteiten in het kader van PrEP-zorg, bedoeld in artikel 4.1, en de coördinatie daarvan bedraagt voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 ten hoogste:
a. € 373.794,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 148.083,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 68.952,– voor de GGD Groningen;
d. € 83.675,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 151.826,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 135.046,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 69.092,– voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 73.628,– voor de GGD Regio Utrecht.
2. De uitkering voor activiteiten in het kader van PrEP-zorg, bedoeld in artikel 4.1, en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2025 ten hoogste:
a. € 934.283,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 370.128,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 172.342,– voor de GGD Groningen;
d. € 209.143,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 379.482,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 337.543,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 172.693,– voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 184.032,– voor de GGD Regio Utrecht.
3. De uitkering voor activiteiten in het kader van PrEP-zorg, bedoeld in artikel 4.1, en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2026 ten hoogste:
a. € 896.911,68 voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 355.322,88 voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 165.448,32 voor de GGD Groningen;
d. € 200.777,28 voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 364.302,72 voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 324.041,28 voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 165.785,28 voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 176.670,72 voor de GGD Regio Utrecht.
4. De minister kan de maximumbedragen van de uitkering jaarlijks indexeren.
a. € 373.794,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 148.083,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 68.952,– voor de GGD Groningen;
d. € 83.675,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 151.826,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 135.046,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 69.092,– voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 73.628,– voor de GGD Regio Utrecht.
2. De uitkering voor activiteiten in het kader van PrEP-zorg, bedoeld in artikel 4.1, en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2025 ten hoogste:
a. € 934.283,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 370.128,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 172.342,– voor de GGD Groningen;
d. € 209.143,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 379.482,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 337.543,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 172.693,– voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 184.032,– voor de GGD Regio Utrecht.
3. De uitkering voor activiteiten in het kader van PrEP-zorg, bedoeld in artikel 4.1, en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2026 ten hoogste:
a. € 896.911,68 voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 355.322,88 voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 165.448,32 voor de GGD Groningen;
d. € 200.777,28 voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 364.302,72 voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 324.041,28 voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 165.785,28 voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 176.670,72 voor de GGD Regio Utrecht.
4. De minister kan de maximumbedragen van de uitkering jaarlijks indexeren.